Skip to navigation | Ga naar menu

Manegezoon Justus Valk: “Ik ben trots op ons diverse publiek”

31 augustus 2019

De échte vonk sprong bij Justus Valk (28) pas over rond zijn veertiende. Tot die tijd vond hij ze wel leuk, paarden, maar de hooizolder was minstens zo spannend. Inmiddels is de zoon van de baas professioneel wedstrijdruiter én beoogd toekomstig manegehouder.

Hoe was het om op te groeien in een manege?
“Ik heb mijn jeugd ervaren als één grote speeltuin. We waren toen nog manegehouder in Heerhugowaard, ik was alleen maar buiten en had altijd vriendjes om me heen.”

Wat gebeurde er toen het besef indaalde dat je wél een paardenhart hebt?
“Ik weet het niet meer precies. Alle remmen gingen pas echt los toen ik op mijn vijftiende Eventing ontdekte. Vroeger heette dat Military. Dat is een vorm van triatlon met paard en ruiter. Met een dressuurproef, een springparcours en een terreinproef waarbij je onder meer over boomstammen, picknicktafels en een waterbak heen moet. De combinatie van concentratie, actie en spanning vind ik echt verschrikkelijk leuk. Twee jaar nadat ik daarmee begon zat ik in het Nederlands team.”

Klopt het dat je met de manege ambities hebt in de wedstrijdsport?
“Ik train twee paarden, in de manege heb ik alleen ruimte voor de lichte dressuur. Dat betekent dat ik wekelijks springtrainingen doe bij een vriend buiten de stad, galoptraining op het strand en eens in de drie weken ga ik naar Warendorf in Duitsland voor een crosstraining. Dat doe ik puur voor mezelf, de manege blijft gewoon manege. Maar ik zou nooit fulltime wedstrijdruiter willen zijn, ik vind de veelzijdigheid van ons bedrijf fantastisch.”

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van een stadsmanege?
“Ik vind de klanten hier enorm leuk. Ze zijn kritisch, enorm gemotiveerd en verwachten een hoge kwaliteit. Mensen die bij ons komen, willen echt iets leren. Onze vorige manege stond in Heerhugowaard, dat is echt een arbeidersdorp. Daar zijn de verwachtingen bij ruiters anders. En ik ben trots op de diversiteit in ons publiek.”

Is het niet vanzelfsprekend dat een manege voor iedereen toegankelijk is?
“Wij hebben als bedrijf laagdrempeligheid gekozen als één van onze kernwaarden. Mensen zullen hier altijd met een Stadspas terecht kunnen, we vinden het belangrijk dat iedereen kan deelnemen aan de paardensport. Ik ben bijvoorbeeld heel blij dat ik les geef aan een groepje kinderen met een brede etnische achtergrond. Je hoort mij niet zeggen dat de multiculturele samenleving is mislukt.”

Op jullie website staat heel helder omschreven waar jullie als bedrijf voor staan. Er wordt duidelijk goed nagedacht over de koers van de organisatie.
“Ja, we zijn in 2013 naar een psycholoog gegaan die zich heeft gespecialiseerd in familiebedrijven. Het is nogal wat om als gezin een organisatie te draaien, dat gaat vaak genoeg mis. We wilden voorkomen dat we elkaar het leven zuur zouden maken. De band met onze klanten en medewerkers is bovendien hecht, je ziet elkaar heel vaak. Dus is het belangrijk dat iedereen weet waar we voor staan. In de dagelijkse hectiek hebben we geen tijd om met de voeten op tafel samen in gesprek te gaan, dus kozen we van 2013 tot ’17 voor een begeleid traject. Dat was erg goed.”

Wat hoop je voor de toekomst van de manege?
“Voor mezelf zie ik mijn toekomst in de Hollandsche Manege. Het is heel fijn dat de stallen aangepast gaan worden, ik ben heel blij dat daar nu al een start mee gemaakt is. Daarmee zitten we in ieder geval de komende jaren weer op een hoog niveau.”

foto: Joyce Kolfschoten