Skip to navigation | Ga naar menu

Oudezijds Voorburgwal 61: 'de restauratie is begonnen!'

29 juni 2019

Deze aankondiging over Oudezijds Voorburgwal 61 komt uit de mond van projectleider Roos van Enter en gaat vergezeld van een brede glimlach. Ze is blij dat kan worden gestart met de restauratie. Na een periode van ontruimen en uitpellen van het pand, van funderingsherstel, onderzoeken, plannen maken, rekenen en herberekenen, van vergunningen aanvragen en aanbesteden, is nu de aannemer gekozen, het bouwbord zo goed als klaar en de restauratie begonnen met herstel van de mooie stucwerk plafonds. 

Tekst: Monique Hollenkamp

Wie komen er wonen?

Het oorspronkelijke idee was om drie woningen in het pand te realiseren. Dat kon geen doorgang vinden omdat de zolderverdieping te laag is om als woonverdieping te kunnen dienen. Ook is de spiltrap van beletage tot zolder te smal om als toegangstrap van een woning te mogen fungeren. Daarom komen er nu twee flinke woningen, die beide de voordeur op de beletage krijgen. Eén vraag dringt zich dan direct op: wat voor woningen moeten het worden? Voor wie? Gezinnen, stellen, woningdelers? Stadsherstel weet niet van tevoren wie de huurder zal zijn en dus moet bij het ontwerpen van de indeling van de woning worden nagedacht over allerlei samenwoonvarianten.
Bij de oplevering moeten meerdere varianten tegelijk mogelijk zijn. Dit vraagstuk wordt per verdieping en per vertrek bekeken om zo tot de meest multifunctionele indeling te komen. Dat vergt een geheel nieuwe kijk, want met alleen een extra douche en wc ben je er niet. Keuzes die een projectleider in zo’n geval in overleg met de constructeur maakt zijn interessant. Ook voor de afstuderende bouwkunde studenten die op de Oudezijds op bezoek waren.


De vestibule van Oudezijds Voorburgwal 61 met handgemaakt 18e-eeuws rococostucwerk aan wanden en plafond

Studenten op werkbezoek

In het kader van de taak die Stadsherstel voor zichzelf ziet om bouwhistorisch onderzoek te (laten) doen naar te restaureren panden, is een aantal studenten van de bouwhistorische opleiding van de Hogeschool Utrecht een jaar geleden langs geweest om het pand als studieopdracht te onderzoeken. Nu kwamen ze terug, als afsluiting van hun opleiding, voor een lezing van de bouwhistoricus die het pand heeft beschreven en van de projectleider die vertelde over de gemaakte keuzes en waartoe dat bouwkundig leidt.
“Ik vind het wel leuk om er flink bovenop te zitten”, aldus projectleider Roos van Enter over de restauratie van een pand.
Interessant is bijvoorbeeld het overvloedig aanwezige sierpleisterwerk, waarmee de restauratie is gestart. Dat wordt schoongemaakt door meesterstukadoor Roland Vliegers. Alle verflagen die steeds meer details deden vervagen, worden verwijderd met behulp van stoom en stekertje. Daarna worden de plafonds gerestaureerd.


​Meesterstukadoor Vliegers aan het werk

Sierpleisterwerk uit de 18e eeuw en daarna

In de tweede helft van de 18e eeuw wordt in Oudezijds Voorburgwal 61 een hoge vestibule gecreëerd, met origineel  stucwerk in Lodewijk XV-stijl aan de wanden en het plafond. Origineel, omdat de maker zelf een ontwerp bedacht en dat zonder gebruikmaking van sjablonen op de muur, plafond of gewelf aanbracht. De nog aanwezige geornamenteerde stucplafonds uit de 16e eeuw en deels ook uit de 17e eeuw zijn vervaardigd door vakwerklieden, vaak uit het buitenland.


Stucplafonds 1e etage Oudezijds Voorburgwal 61, gemaakt van sjablonen uit de 19e-eeuwse Silberling catalogus

Honderd jaar later gaat het aanbrengen van stucwerk heel anders. Met de snel toenemende bouwproductie in de tweede helft van de 19e eeuw neemt ook de behoefte aan ornamenten, lijstwerk en andere versieringen voor in het interieur toe. Gestukadoorde plafonds worden naar interieurmode opvattingen uit die tijd voorzien van lijstwerk en ornamenten. Voor een stukadoor is het gemakkelijker om de ornamentiek uit een bestaande collectie sjablonen te halen dan alles zelf ter plaatse te maken. Het werken met sjablonen neemt een grote vlucht en met name de Amsterdamse firma J. Silberling en Co. wordt bekend om zijn grote collectie sjablonen. Silberling & Co is dan Nederlands grootste ornamentbedrijf.

J. Silberling & Co.
Als de naam Silberling valt, weet men in de restauratiewereld direct dat het om een collectie van stucontwerpen gaat. De unieke collectie is in de jaren 1860 tot 1920 tot stand gekomen en door de Amsterdamse onderneming Silberling & Co op de markt gebracht. De opbouw van deze collectie komt tot stand door de inzet van de gepassioneerde Delftse ingenieur J.C.L. Silberling. Als Nederlands grootste ornamentaltist heeft hij in Amsterdam een atelier en werkplaats voor het modelleren en afgieten van ornamenten op Wittenstraat 116. Van daaruit levert hij zijn ornamenten door heel Nederland. Op industriële schaal worden mallen vervaardigd, op bestelling afgegoten en ter plaatse bezorgd. De catalogus als losbladig systeem is een verkoopbrochure en instructie ineen, met informatie over de wijze waarop gedecoreerde plafonds in een bepaalde stijl kunnen worden samengesteld.
Het bedrijf verzamelt het bronmateriaal van plafonds in Lodewijk XIV-stijl tot en met Art Deco en Jugendstil. Drie eeuwen ornamentkunst worden door Silberling nauwkeurig vastgelegd en gecatalogiseerd, waardoor de zogenoemde Silberling-collectie de grootste verzameling van rijk gedecoreerde stucontwerpen, moedermallen voor lijsten, hoekstukken en ornamenten wordt. Dit materiaal vormt de basis voor de kwalitatief hoogstaande restauraties. De catalogus wordt vandaag de dag nog steeds bijgewerkt. Als een stukadoor in een pand een nog niet gedocumenteerd plafond tegenkomt, wordt dit toegevoegd aan de collectie.

 


​Pagina uit de Silbering catalogus                   Prijslijst uit de Silbering catalogus

VOLGENDE KEER: BIJZONDERE VONDSTEN EN DETAILS

Dit is deel 5 van de reeks artikelen uit de serie In het Spoor van Amsterdamse Restauratieprojecten over restauratieproject Oudezijds Voorburgwal 61 van Stadsherstel Amsterdam.

VORIGE ARTIKELEN IN DEZE REEKS
Deel 1 - Een restauratie aan de Oudezijds
Deel 2 - Vierhonderd jaar zonder Amsterdamse fundering
Deel 3 – Bouwgeschiedenis 1600-1700
Deel 4 – Panden niet altijd een goede belegging