Skip to navigation | Ga naar menu

Restauratie aan de Oudezijds - Bouwgeschiedenis 1600-1700

5 februari 2019

Pal tegenover de Oude Kerk ligt rijksmonument Oudezijds Voorburgwal 61. De bouwgeschiedenis beslaat meer dan vierhonderd jaar. Bouwfase 0 startte eind 16e eeuw. In 2019 zijn we aangeland bij bouwfase 7. Originele details uit de eerste bouwfasen, zoals restanten van het houtskelet, een hangkamer en de classicistische gevel zijn bewaard.

Tekst Monique Hollenkamp

GESCHIEDENIS: DE UITDIJENDE STAD

De Oudezijds Voorburgwal ontstaat als de stad groeit en steeds meer mensen een onderkomen zoeken binnen de in 1350 gereedgekomen verdedigingswal. Een uitbreiding volgt: in 1380 worden de Achterburgwallen gegraven, waardoor de voormalige verdedigingswal de naam Voorburgwal krijgt. Door de stadsuitbreiding wordt het oudste stenen gebouw van de stad, de Oude Kerk (1295), aan de oostelijke kant van de Amstel te klein. Aan de westkant wordt de Nieuwe Kerk gebouwd en daarmee krijgen beide Voorburgwallen de namen Oudezijds en Nieuwezijds als toevoeging.


Kaart met locaties van kloosters en kerken, 1544 Cornelis Anthonisz, Stadsarchief Amsterdam

Deze uitbreiding blijkt niet afdoende, waarop het stadsbestuur besluit tot het graven van een nieuwe gracht. De Singel, Kloveniers Burgwal en Geldersekade vormen de nieuwe grens. De grote brand van 1452 verwoest een behoorlijk deel van de stad richting de zuidgrens. De Oudezijds heeft in deze periode de bijnaam ‘Stille Zijde’ vanwege de vele kloosters die er liggen. 
In de tweede helft van de 16e eeuw – de katholieke stadsregering is dan net afgezet – is de stad alweer te klein. Verdichten is noodzaak. Alle katholieke kloosterorden, voornamelijk gevestigd in het oostelijk deel van stad, moeten het veld ruimen. Ruimte die kan worden benut voor nieuwkomers. Oudezijds Voorburgwal 61 is een van de huizen die eind 16e eeuw worden gebouwd.


Panorama Oudezijds Voorburgwal. Nummer 61 is het achtste huis van rechts. Bron: amsterdamsegrachtenhuizen.nl

BOUWGESCHIEDENIS 1600 - 1700

Oudezijds Voorburgwal 61 is van voor 1600. Van het oudste deel van het pand (bouwfase 0) Kwamen op de verdieping achter voorzetwanden restanten van muurstijlen tevoorschijn, met in een dwarsmuur een afgehakt zwanenhalskorbeel. Op de zolder leverde houtonderzoek (dendrochronologisch onderzoek) van een aantal spantonderdelen dateringen van 1595,1596,1592 op. In de kern hebben we hier dus inderdaad met een laat 16e-eeuws pand te maken.


Het afgehakte zwanenhalskorbeel uit bouwfase 0. Bron: osingabouwhistorie.nl

Een ‘behoorlicken osendrop’

De zijmuren van het pand zijn van steen, de voor- en achtergevel mogelijk van hout. Aan beide zijden is een osendrop zichtbaar, een druipgoot in de ruimte tussen twee panden, bedoeld om water, druipend van uitstekende dakpannen op te vangen. De osendrop is bestraat als een goot, zodat regenwater daadwerkelijk kan worden afgevoerd. Hoosdrup, druipgoot, huisdrop – er bestaan wel zestien synoniemen. Kattenzijdje is een van de leukste. Het gangetje kon zo smal zijn dat een kat er nog net (of net niet) tussen paste. Soms was de goot zo breed dat het eerder een smalle steeg leek. Behalve voor afvoer van hemelwater moest de verplichte osendrop ook dienen als afweer tegen overslaande brand (‘t ‘Voorschreven vercochte huys sal genieten des voorschreven huys behoorlicken osendrop ten beyden zijden’ (Jisp, a° 1649)’.


De osendrop tussen de twee panden is links goed zichtbaar, net als de versierde classicistische halsgevel uit bouwfase 1 (XVIIB), foto Xander Richters

Een ingrijpende verbouwing

Een verbouwing van formaat kenmerkt bouwfase 1 in het tweede deel van de 17e eeuw. Zo krijgt het pand een classicistische halsgevel met gebogen topfronton. Bloemslingers rond de hijsbalk en festoenen onder de ramen. De deuromlijsting is geblokt en ernaast zit een smal zijlicht met een tak als hekwerk. Het souterrain krijgt een zandstenen gevel. Binnen, in het voorste deel van het voorhuis, wordt op de bel-etage een classicistisch portaal aangebracht met bijzondere, zeskantige marmeren vloertegels en een symmetrische indeling en pilasters en ionische kapitelen.


Het portaal waar ter hoogte van de trap een houten deur heeft gezeten, foto’s Aart Jan van Mossel

Die symmetrie uit zich doordat tegen de zijgevel ‘schijndeuren’ worden aangebracht. Een spiegeling van de wandindeling aan de overzijde van de gang. En daarnaast eenzelfde indeling tegen de achterwand. De schijndeuren geven nu toegang tot kasten in de osendrop. De deur linksachter waar de spiltrap zit is als enige niet meer aanwezig. Aan sporen op de marmeren vloer is te zien dat de deur er heeft gezeten.
“Een architectonische opvatting van de wand, waarbij deze door pilasters werd geleed met een doorlopend hoofdgestel onder langs het plafond, een idee dat eerder al was toegepast in de hofkringen en in de interieurs van officiële instellingen, drong rond het midden van de 17e eeuw ook door in het rijkere burgerinterieur. Allereerst in het voorhuis, dat als een overgang van de buitenarchitectuur naar het interieur en vanwege de representatieve functie vaak een sterker architectonisch karakter had dan de woonvertrekken.” (Fock, et al 2001).

VOLGENDE KEER: Eigendomsgeschiedenis en wie waren de huurders?
Dit is deel 3 van de reeks artikelen uit de serie In het Spoor van Amsterdamse Restauratieprojecten over restauratieproject Oudezijds Achterburgwal 61 van Stadsherstel Amsterdam.
VORIGE ARTIKELEN IN DEZE REEKS
Deel 1 - Een restauratie aan de Oudezijds
Deel 2 - Vierhonderd jaar zonder fundering  

Categorie: Restauratienieuws