Skip to navigation | Ga naar menu

Hoe het Raadhuis van Ransdorp ooit Waterland verbond

14 december 2018

Helemaal vrijwillig bood Ransdorp in 1921 aan om op te gaan in Amsterdam. Tot dan toe was het schilderachtige lintdorp hoofdkwartier van zes ‘bannendorpen’ onder de rook van de stad. Stadsherstel kocht het raadhuis van de gemeente Amsterdam. Lees hier waarom het drie uur kon duren om de hoofdstad te bereiken.

Wie aan Ransdorp als icoon denkt, ziet een spaarzaam bebouwd lintdorp met ‘de toren van Ransdorp’ op zijn netvlies. Het pittoreske dorp heeft meer opmerkelijks in huis. De smalste ophaalbrug van Amsterdam, een uitgekiende infrastructuur van slootjes en pal achter de toren een opvallend raadhuis. Stadsherstel was al eigenaar van de dorpskerk, de aankoop van het raadhuis biedt de mogelijkheid om ons nog meer betrokken op te stellen bij dit beschermde dorpsgezicht. Het raadhuis is in 1652 gebouwd door Pieter Pieterszoon van Saerdam, die eerder onder Jacob van Campen meewerkte aan het Paleis op de Dam. Saerdam ontwierp het als een dwars pand met souterrain en een door dorische pilasters gelede bel-etage. De opvallende hoge trappen aan de pleinzijde zijn waarschijnlijk toegevoegd bij een verbouwing in 1739. De vierschaar, oftewel het gerechtelijk bestuur tot 1768, sprak in het gebouw recht. Bij een doodvonnis stelde men op het plein een galg op.

Zilveren zwaan met gouden pijpen

Ransdorp was als hoofddorp van zes verenigde ‘bannen’ Ransdorp, Zuiderwoude, Landsmeer, Broek in Waterland, Schellingwoude en Zunderdorp belangrijk in Waterland. Als Unie van Waterland bevochten zij gezamenlijk hun rechten en vrijheden. Boven de entree van het raadhuis prijkt de zwaan-met-gouden-halsband, hun wapen. Dat bestaat uit een veld van keel (rood) met een zwaan van zilver, steunend op een grond van synope; (groen). In de rechterpoot houdt de zwaan een bundel van zes gouden pijlen, die de zes Waterlandse dorpen symboliseren. Onder dit beeld staat de tekst:

Eendracht doet cleyne saecken bloeyen
In maght en oock in welstand groeyen

Melkleverancier van Amsterdam

Ransdorp gaat al een poos mee; het ontstond in de 14e eeuw als veenontginning in de Bloemendaler Weeren. Het werd een samengesmolten lintdorp van twee parallel lopende bebouwingen aan de Bloemendalergouw en Liergouw, dat in de 15e en 16e eeuw floreerde dankzij de visserij. Er woonden aan het eind van de middeleeuwen ruim dertig schippers, die ‘met gemiddeld 34 stuks vee per boerderij’ overwinterden bij het dorp.   
Ransdorp had een eigen brouwerij en een grote kerk met een indrukwekkende, rijkversierde toren, die nooit van een spits is voorzien. Er woonden zo’n 900 gezinnen in en rond het dorp en het was rijk aan ambachten en koopmanschap. Nadat molens de drooglegging van de Waterlandse meren tussen 1625 en 1650 mogelijk hadden gemaakt, verschoof de economie in het gebied naar veeteelt. Vanaf 1800 richten de boeren zich volledig als melkleverantie van Amsterdam. Aanvankelijk liep dat moeizaam en had de sterk afnemende bevolking van Waterland het zwaar, de aanleg van het Noord-Hollands kanaal in 1824 en het Noordzeekanaal in 1876 zorgde voor opleving in de bedrijvigheid.

Drie uur varen naar Amsterdam

Er ontstond een levendig heen- en weerverkeer van Waterlandse melkschuiten tussen dorp en stad. De melkschuit was een lang houten vaartuig dat kon roeien op sloten en zeilen op open water. Verse melk en andere zuivelproducten pendelden vanaf de Weersloot achter het Ransdorpse raadhuis via de sluis bij Nieuwendam en over het IJ naar de Schreierstoren. Een tocht die zo’n drie uur duurde. De melkschuiten bleven tot 1905 actief, ook als illegaal alternatief voor persoonsvervoer. Hun werk werd daarna overgenomen door stoombootmaatschappij de Eensgezindheid en de Noord-Hollandse Tramweg-Maatschappij.
Na de verwoestende watersnoodramp van 1916 besloot de gemeente in 1921 tot annexatie bij Amsterdam. De Ransdorpers verwachtten mee te kunnen profiteren van voorrechten als, gas, water, elektriciteit, openbaar vervoer, ziekenhuisoutillage en schoolgelden. Elke vorm van zelfbestuur werd opgegeven.
Amsterdam zag het destijds als zijn taak om de geannexeerde dorpen te conserveren. In tegenstelling tot Oostzaan en Landsmeer, werd in Ransdorp niet gebouwd.