Skip to navigation | Ga naar menu

Jacob Wegloop, het oorlogsweeskind

5 april 2018

Over de bewoners van de Foeliedwarsstraat 50-52, het restauratieproject van Stadsherstel Amsterdam, heb ik al eens geschreven. Nieuw is het verhaal over Maurits Allegro, na de oorlog eigenaar van die twee panden, die samen met zijn vrouw Sibilla een oorlogsweeskindje adopteert. Op zoek naar het zieligste jongetje in een Joods weeshuis in Hilversum stuiten ze op kleine Jacob Wegloop, die als baby de oorlog overleefde.

Tekst Monique Hollenkamp

 
Foto links: Maurits Allegro en foto rechts: Rapenburgerstraat 155 in 1930


     Beelden op de fotopanelen vertellen het verhaal. Een groot portret van een jongeman – Maurits Allegro – trekt de aandacht. Zijn het zijn ogen die zo onbevangen de wereld in kijken? De foto van een verpauperd rijtje huizen in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt? Eerlijk is eerlijk, ik ben ook naar hem op zoek, naar deze Maurits. Omdat hij na zijn vader eigenaar wordt van twee panden in de Foeliedwarsstraat, waarvoor ik de geschiedenis induik en waarover ik schrijf.
Maar vooral wil ik meer weten omdat hij en zijn vrouw Sibilla, een Auschwitz-overlevende, een oorlogsweeskindje adopteren en het opvoeden als was het hun eigen kind. Na de oorlog zijn ze in Hilversum op zoek naar het zieligste jongetje van het Joods weeshuis De Drie Prinsesjes. Ze vinden de kleine Jacob Wegloop.

De lange rijen fotopanelen staan in De Bazel, het huis van het Stadsarchief. Ze vormen samen met twee films in aparte zalen een drukbezochte en indrukwekkende tentoonstelling over de Rapenburgerstraat in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren 40/45. Hier wacht ik op Olivier Wegloop, zoon van die Jacob uit het weeshuis van toen.

 
Foto links: 2018 Tentoonstelling in De Bazel met het paneel over de familie Allegro - Foto Monique Hollenkamp
Foto rechts: 1940 Rapenburgerstraat 153-155 - (midden) - Foto Stadsarchief


     Jacob, in 1943 als baby aan deportatie ontsnapt, wordt na de oorlog uit dat weeshuis geplukt, geadopteerd en opgevoed door Maurits en Sibilla Allegro. In dergelijke weeshuizen wachten veel meer kinderen op hun papa’s en mama’s. Die van Jacob komen niet. Zij ontkomen niet aan de nazi’s en worden ruim vijf maanden na zijn geboorte in kamp Sobibor vergast. En dus gaat Jacob van hand tot hand, van onderduik naar onderduik en uiteindelijk naar De Drie Prinsesjes. Een bijzondere naam voor een weeshuis dat jongens herbergt. 
Als je van geluk kunt spreken, zou je kunnen zeggen dat hij dat heeft want hij wordt in ieder geval ópgehaald en zijn adoptieouders blijken aardige mensen. Maurits en Sibilla vangen hem liefdevol op, al is dat niet altijd gemakkelijk. De oorlog heeft hen verweesd. Jacob is de enige overgebleven Wegloop en voor Maurits geldt hetzelfde, de enige Allegro. Jacob verliest familie die hij nooit heeft gekend en Maurits elk familielid waaraan hij liefdevolle herinneringen heeft. Beiden zijn getraumatiseerd. Zij wonen in de Rapenburgerstraat op nummer 155-2, hetzelfde huis waarin Maurits voor de oorlog woonde met zijn familie.

 

Foto links: Persoonskaart van het jonge gezin Wegloop - Foto Stadsarchief 
Foto rechts: Huwelijksfoto 1942 Salomon en Heintje Wegloop-Walvis, ouders van Jacob - Foto Joods Monument

''Ich hätte diese Welt gerne kennen gelernt'' – Jacob over zijn familie en de tijd waarin die leefden.

    Als Jacob (Jaap) opgroeit wordt al snel zijn muzikaliteit ontdekt. Hij is op jonge leeftijd gekluisterd aan de piano in het weeshuis en later aan de witte vleugel die zijn ouders voor hem kopen. Krijgt pianolessen en neemt al vroeg in zijn leven deel aan uitvoeringen. Hij speelt waar hij kan. Ook in de Bijenkorf als hij negen jaar is. Hij doet zijn naam eer aan want Jacob Wegloop is een wegloper. Altijd wil hij weg, ergens heen, maakt niet uit waarheen als het maar weg is uit de Rapenburgerstraat. En zo komt hij op een dag op de bovenste verdieping van de Bijenkorf terecht en ziet daar heel veel vleugels staan. Ze staan te koop. “Vijf, zes of misschien wel tien”, zal hij later aan zijn zoon vertellen. Hij begint te spelen, werken van Mozart, Beethoven, Chopin en Bach, en er verzamelt zich een menigte waartussen ook een journalist. Als de volgende ochtend een foto van jonge Jacob achter de piano in de krant staat is het talent bij een groter publiek bekend. Een opleiding aan een beroemde muziekschool in Londen ligt in het verschiet. Hij wil graag, uiteraard, want Londen is écht weg. Zijn ouders zien er niets in en geven geen toestemming. Het imago van ‘wonderkind’ is niet wat zij wensen voor hun zoon. Een loopbaan als rabbijn ligt meer in de lijn. Hij zal uiteindelijk toch naar het conservatorium gaan.

1952 Brief over Jacob (Jaapje) van de Bijenkorf- Foto familie Wegloop

“Doe mij toch ook maar een espresso”, Olivier Wegloop verandert zijn bestelling in het café van De Bazel, waar we praten over zijn vader en over het diens leven in de Rapenburgerstraat na de oorlog. Zijn vader vertelde hem veel over het verleden. Olivier nam die gesprekken op en beschikt nu over talloze geluidsfragmenten.

     Maurits (bijnaam Max) Allegro treft na jaren van onderduik na de oorlog zijn huis bezet aan. Er wonen anderen die niet van plan zijn plaats te maken. Er moet een rechter aan te pas komen, maar hij krijgt zijn huis terug. Het buurtje van weleer is het niet meer. Buren en bekenden zijn in de kampen vermoord; hun huizen zijn nu krotten. Was hij voor de oorlog werkzaam op de markt, erna besluit Maurits de zaak van zijn vader, H. Allegro & Zn. – handel in vis, zuurwaren en gezouten augurken – nieuw leven in te blazen. De Foeliedwarsstraat 50-52 (eigendom), waar zijn vader de zuurinleggerij in vroeger jaren dreef, lijkt hij als autogarage te gebruiken, terwijl een deel van de begane grond is verhuurd aan een karrenverhuurbedrijf. In de Rapenburgerstraat 155 zit de zuurinleggerij, ook in het onderhuis, waar hij tevens een autotransportbedrijf runt. Het gaat goed met de zaak en Maurits Allegro laat anderen delen in zijn fortuin, is een vrijgevig man en correct in zaken. Hij ondersteunt de drie Joodse Gemeenten in Nederland en geeft geld aan Israël. Zijn generositeit blijkt ook uit het feit dat hij in de vijftiger jaren, als vlees nog heel duur is, zijn medewerkers eens in de week pekelvlees geeft. Zomaar. Olivier: “En hij was bodemloos aardig en genereus voor Jacob.”

1923 Advertentie zuurinleggerij Allegro in de Foeliedwarsstraat 50-52 - Foto Delpher
Woningkaart Rapenburgerstraat 155-1 - Foto Stadsarchief       
Olivier: “Ik herinner me hem goed, maar had hem graag beter gekend. Toen mijn opa in 1978 overleed was ik 11 jaar. Hij was een ontzettend goeie kerel, een heel leuke man. Had goed geboerd en was vermogend, maar dat huis in de Rapenburgerstraat was zo leeg, de sfeer zo troosteloos. Terugdenkend is het alsof de leegte van zijn ziel reflecteerde in de leegte van dat huis.”

 
Foto links: 1933 Rapenburg 153-155 het Bussenschuthofje. Jacob en familie wonen op de 1e etage boven de garage; De piano staat links, boven de entree van het hofje - Foto Stadsarchief 
Foto rechts: 1940 Rapenburgerstraat 155-157 (links) e.v. - Foto Stadsarchief


     Was de Jodenhoek tijdens de oorlog een grimmig gebied, erna is de buurt het terrein van twee rivaliserende groepen. Jongens zijn het nog, die van de Rapenburgerstraat tegen die van Kattenburg. Jacob heeft er geen geweldige jeugd. Het leven is ruw daar aan het Waterlooplein. Vechten leert hij op de harde manier. Komt hij in elkaar geslagen thuis, dan dreigt zijn vader “als dit weer gebeurt, dan ram ik er nog een keer bovenop”, aldus Jacob in een geluidsfragment. De les die daaruit geleerd moet worden is “dat je ook van je af kunt slaan”. Hij wordt er goed in, in dat vechten dat bepaald niet alleen met de handen gebeurt, slaat anderen in elkaar en wordt gezien als een van de sterksten. Zijn ouders ervaren hem als onhandelbaar en sturen hem een jaar naar een Joods tehuis voor jongens in Hilversum. Alweer Hilversum. Als hij met flinke tegenzin naar een strak georganiseerde dansavond van het tehuis gaat, brengen zijn ouders als danspartner een meisje mee uit Ouderkerk aan de Amstel. Hij is dan een jaar of veertien, heeft geen zin in dansen en ‘houdt niet van die muziek’, maar zegt aan het einde van de avond tegen haar “Ik wil met je trouwen”. Waarop zij antwoordt “Maar Jacob, ben je daar niet een beetje te jong voor?” Terug in Amsterdam gaan ze niet samen om, maar ziet hij haar wel, op afstand, in de ‘snoge’ (de synagoge). Hij weet het dan nog niet maar dit meisje wordt jaren later zijn echtgenote Rebecca (Bea) Alvares Vega, de moeder van Olivier.

Jacob met zijn adoptieouders - Foto Olivier Wegloop
     Jacobs lieve moeder, Sibilla, overlijdt als hij vol in de pubertijd zit. Hij mist haar enorm en kan het verlies niet goed verwerken. Zij laat een grote leegte achter. Het is ook in deze periode dat Jacob verandert van vroom orthodox naar seculier joods. Tijdens de begrafenisrituelen voor Sibilla wordt hij als zeventienjarige daarvan door de rabbijn uitgesloten omdat zijn biologische moeder niet joods was. Dat is problematisch binnen het orthodoxe milieu. Na het overlijden van zijn adoptiemoeder is Jacob klaar met de vrome religiebeoefening en zal de rest van zijn leven strijden tegen het uitsluiten van mensen. Cultureel blijft hij verbonden met de Joodse gemeenschap. Rond zijn twintigste vertrekt hij naar Israël. Naar het land van hoop en belofte? Of gewoon omdat iedereen in zijn omgeving daar ook heengaat? Een reis naar het land dat de ambitie heeft een compleet andere maatschappij in te richten, onvergelijkbaar met het thuisland van immigranten. In Jeruzalem, acht jaar na die dansavond in het Hilversumse tehuis, ontmoet hij haar opnieuw. Dat meisje dat hij op 14-jarige leeftijd ten huwelijk vroeg. “Daar stond ze, in de breedste straat van Yerushalayim, ik weet niet meer hoe die heet.” Jacob vertelt het zijn zoon jaren later, om duidelijk te maken dat hij altijd op haar gesteld is gebleven.

Jacob in de synagoge - Foto Olivier Wegloop
     Zich thuis voelen in Israël lukt niet. Het leven blijkt er niet heel anders te zijn dan in Nederland. Na twee jaar keert Jacob terug naar huis. Voor benepen twisten tussen verschillende groepen Joden, racisme en vernedering is hij niet gekomen. Eenmaal thuis trouwt hij met zijn Bea. Ze krijgen een dochter en een zoon. Die zoon is Olivier, mijn gesprekspartner van deze middag.

“Mijn vader had geen makkelijk karakter”, Olivier klinkt begripvol, “hij is altijd een buitenbeentje gebleven. Een getraumatiseerde man; op een bepaalde manier sociaal niet uitgerijpt. Bea is een meisje uit de respectabele familie Alvares Vega en Jacob wordt er niet geaccepteerd.” Het huwelijk houdt geen stand. Desondanks heeft Olivier een fijne jeugd; woont de eerste twaalf jaar van zijn leven in Den Haag met zijn moeder en oudere zus en verhuist tegen de middelbare schoolleeftijd naar Amsterdam.

     Na de Israël-jaren hervindt Jacob zijn liefde voor de piano en werkt serieus aan zijn repertoire. Wordt een veelgevraagd en geprezen concertpianist. Trouwt jaren later voor de tweede keer en krijgt opnieuw een zoon en een dochter. Zijn muzikaliteit geeft hij door aan zijn vier kinderen, al bereikt hij met het fanatisme waarmee hij dat doet bij het pianospel van Olivier ongeveer het tegenovergestelde. Ook zijn niet-aflatende, geweldloze strijd tegen racisme geeft hij door. Tijdens zijn leven vertelt hij ze veel over de oorlog. “De Holocaust en familiegeschiedenis zijn zeer belangrijk”, zegt hij in 2005 in een interview. “Mijn vier kinderen en kleinkinderen moeten weten dat mijn ouders en miljoenen mensen zijn vermoord omdat ze anders waren. Puur racisme.”

Olivier: “Mijn vader heeft me het belang van rechtvaardigheid en innerlijke beschaving meegegeven. Zijn boodschap was: wees sociaalvoelend, zwakkeren steunend en discriminatie verwerpend.”

2008 Jacob Allegro Wegloop - Foto Henri Veldhuis

“Es ist ihre Aufgabe als Mensch und als Jude gegen Rassismus und Gewalt zu kämpfen” – Jacob tegen de Israëlische journalist die hem in 2005 interviewt.

Na ons gesprek loopt Olivier langs de fotopanelen met de vele bekende namen, terwijl ik naar de filmzaal in het souterrain ga om naar indrukwekkende Joodse verhalen te luisteren. Een paar dagen later stuurt hij me een paar foto’s en een geluidsfragment waarop zijn vader vertelt over vroeger. Bijzonder.

Jacob Allegro Wegloop overleed in 2011 en is begraven op Zorgvlied.



Dit was deel 12 uit de serie artikelen IN HET SPOOR VAN AMSTERDAMSE RESTAURATIEPROJECTEN. Een reeks artikelen over de restauratieprojecten Foeliedwarsstraat 40-52, Rapenburg 93 en Geldersekade 15 van Stadsherstel Amsterdam.

VORIGE ARTIKELEN IN DEZE SERIE

Deel 1: In het spoor van restauratieprojecten Geldersekade en Foeliedwarsstraat
Deel 2: Starten met de restauratie
Deel 3: Foeliedwarsstraat: de bewoners
Deel 4: Geldersekade 15: smal en scheef
Deel 5: Geldersekade 15: een internationaal huis
Deel 6: Bouwdoek, betonsilo, palenpest, verrassingen, vertraging 
Deel 7: Verrassingen bij restauratie Rapenburg 93
Deel 8: Vier panden op pootjes
Deel 9: Verdwenen buurten
Deel 10: Dakkapelletjes zonder dak
Deel 11: Het hoogste punt: een hoogtepunt

LEZING EN WANDELING OP 5 MEI

Helaas wegens onvoorziene omstandigheden zal er op 5 mei geen lezing zijn van Olivier Wegloop. Wel kunt u het pand Foeliedwarsstraat 40 in restauratie bekijken en de lezingen van projectleider Paul Morel bijwonen.

Lezing over de restauratie en de buurt
Op 5 mei a.s. om 13 en 14 uur vertelt Paul Morel, projectleider van Stadsherstel, over het verleden van deze plek. Hij geeft uitleg over de sloop (bedreigingen) van de buurt en over de restauratie van deze voormalige Joodse panden.

Wandeling Joods Amsterdam 13-16 uur
Een boeiende wandeling langs Joods Cultureel Erfgoed die u alleen of met anderen kunt maken aan de hand van een boekje, op te halen bij de Foeliedwarsstraat 40. De panden op de route hebben wij kunnen aankopen dankzij een bijdrage van de Vrienden van Stadsherstel en daarmee zijn ze van de sloop gered.

De restauratie van de Foeliepanden wordt MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR 


  
   

En donateurs van Stadsherstel.

Architect: Rappange & Partners Architecten BV
Bouwdirectie: Bureau Delfgou architectuur en monumenten
Constructeur: Duyts Bouwconstructies B.V.
Aannemer: Bouwbedrijf van den Engel b.v.