Skip to navigation | Ga naar menu

Bouwdoek, betonsilo, palenpest, verrassingen, vertraging…

8 augustus 2017

Het komt allemaal langs bij restauratieproject Foeliedwarsstraat/Rapenburg, waarbij die laatste twee letterlijk voor de slow-motion zorgen. Panden trakteren ons op verrassingen uit het verleden. Mooi en onhandig tegelijk in dit geval, want bij vertraging houdt bouwplaatsopzichter toezicht op een bouwplaats in ruste. Maar gelukkig, er kon wél worden gefundeerd.

Tekst Monique Hollenkamp

Verrassingen

Verrassingen maken blij als het verleden van een pand zichtbaar wordt en het zijn geheimen prijsgeeft. Minder is het, als die interessante stukjes uit het verleden ervoor zorgen dat de plannen moeten worden veranderd, met meerkosten als gevolg. In dit geval leidt de verrassing tot vertraging. Dat is jammer want de bouwplaats houdt niet van opstoppingen. Het bouwteam ook niet trouwens. Gelukkig is het met extra inspanningen van het bouwteam gelukt om uiteindelijk wél te starten met de fundering.

Bouwdoek

Bouwborden en -doeken duiken overal op. Niet alleen op een bouwplaats. Ook de steigerbouwer laat ons zo weten dat hij het was die de steiger recht en veilig heeft neergezet. Net als een schilder ermee vertelt met een klus bezig te zijn. Bij restauratieprojecten maken behalve de architect of bouwadviseur en de constructeur in het spoor van de aannemer ook elektrotechniek-, watertechniek-, timmer- en schildersbedrijven hun opwachting. Om nu een kakafonie aan borden, doeken en plakkaten te vermijden, zijn er bouwborden en -doeken bedacht.
De bouwdoeken zijn er gekomen al had de productie wat voeten in de aarde. Het moest een herkenbaar doek worden waarop alle namen en logo’s van het bouwteam goed in beeld komen én ook 'Stadsherstel herstelt ook hier de stad' een prominente plek zou krijgen. De maatvoering was nog wel even een dingetje. Tot grote schrik van de uitvoerder was het doek even groot als de hele voorgevel. Maar ze hangen. Zowel in de Foeliedwarsstraat als bij Rapenburg 93.

Omdat wél kon worden gewerkt aan het funderingsherstel waren de voorbereidingen ervoor in volle gang. Na het zorgvuldig ophangen van de bouwdoeken, kwam zwaar verkeer de straat ingereden. Een betonsilo voor de funderingspalen werd afgeleverd en kreeg een mooie plek, recht voor no. 40. Inderdaad, precies voor het zes meter hoge bouwdoek.
 
Na het funderingsherstel werd de betonsilo weer opgehaald.

Schroefinjectiepalen

Betonsilo’s zijn nodig bij funderingsherstel. Projectleider Ruth van der Puijl vertelt: “We hebben gekozen voor geluidsarm en trillingsarm schroefboren van de nieuwe funderingspalen”. Of de buurt het geluidsarm vond is voor mij nog even een vraag, maar het klopt zeker dat het een stuk stiller is dan funderen met heipalen. “Trillingsarm funderen vinden wij de beste optie. Voor binnenstedelijke situaties is het dé manier. Er wordt gewerkt met minifunderingsmachines; het geeft minder overlast voor de buren en buurt en -ook niet onbelangrijk- geen schade aan goed gefundeerde buurpanden. Het is ook minder risicovol voor onze eigen -toch al niet zo stabiele- panden. Voordat we begonnen zijn stabiliteitsschotten aangebracht.”

Een ingenieus systeem, dat schroefboren. Een ijzeren staaf met een flinke punt eraan boort zich in de grond totdat de stevigere en draagkrachtigere zandlaag (hier ongeveer op -22m) is bereikt. Funderen tot in die diepere zandlaag heet ‘op stuit’ boren of heien.
Terwijl de stalen boor langzaam wordt ingedraaid, perst betonmortel (‘grout’) zich onder druk om de holle kern van de boor. De paal vormt zich in de grond en kan elke keer op exact de juiste plaats en dito lengte worden ‘verankerd’. Zo gaat dat dus, paal na paal. De oude palen blijven staan en mogen rustig verder wegrotten. “23 palen zijn op deze manier in de grond gegaan onder onze vier panden in de Foeliedwarsstraat. En dat in 5 dagen tijd! Het is heerlijk om te bouwen in plaats van al dat sloop- en demontagewerk.” Ruth zegt het glimlachend. Nu bespeur ik toch even een vorm van blijheid en voldoening in het gezicht van de door vertragingen geplaagde projectleider.

Schroefinjectiepaal, waarbij het geïnjecteerde grout (betonmortel) zich om de ijzeren paal  Sluit. Bij plaatje 6 staat de paal goed in de stevige en draagkrachtige zandlaag ‘verankerd’.

Houten palen: paalrot en palenpest

Palenpest: wat een woord. Je kunt je er van alles bij voorstellen. Wat gebeurt er allemaal met die palen onder water? Soms is sprake van een bacteriële aantasting -palenpest- van de houten paalfunderingen. Grenen blijkt er gevoeliger voor te zijn dan andere houtsoorten. Er gaan vijftig tot honderd jaar overheen voordat de bacterie de paal heeft verslonden. Het kan ook gaan om een verrotting van de bovenkant van de paalfundering. De schimmel die zich daar vormt heet paalrot. Die is agressiever en zorgt voor afbraak van de paal binnen vijftien jaar. Vaak wordt de schommelende grondwaterstand als boosdoener aangewezen. Daar kunnen houten palen niet tegen. Klimaatverandering is een andere. Een lek in de riolering of een wamwaterbron in de buurt hebben ook een negatief effect. Waternet is zelfs van plan waterreservoirs aan te leggen omdat de grondwaterstand zakt. 
Maar houten palen dragen toch al eeuwen onze huizen in de binnenstad? Is de dragende functie ervan niet prima gebleken? Dat klopt, maar alleen zolang die palen onder water blijven staan. Ze moeten dus dieper zijn aangebracht dan de laagst voorkomende grondwaterstand, zodat er nauwelijks zuurstof bij het hout kan komen. Dan kan paalrot niet optreden. Tegenwoordig kunnen we precies uitrekenen hoe diep een paal moet worden geboord. Die techniek was er in het bouwjaar van de Foeliepanden (1910) niet en vermoedelijk zijn bouwmuren -en dus de fundering- zelfs uit een eerdere periode. Het kan dus ook zijn dat de houten palen van toen simpelweg niet lang genoeg waren.
Rechts op de tekening is te zien dat door een defect in het riool de grondwaterstand wijzigt.
Paalrot

Bouwplaatsactiviteit

En de bouwactiviteiten? Zo snel als mogelijk wordt het werk hervat. Voor Ruth is dat ‘hoe eerder hoe beter’, maar dat hadden we al begrepen. Eerst komt daar natuurlijk nog de bouwvak tussendoor, maar daarna is het zover. Dan kan de bouwplaatsopzichter weer doen wat een stuk leuker moet zijn dat wat hij nu doet. Dan zijn het oponthoud en de slow-motion voorbij en kan, nee móet dit project in vliegende vaart verder. 
Met het bouwdoek en de betonsilo is het goed gekomen. Die laatste is weer opgehaald.

Dit was deel 6 van de reeks artikelen uit de serie In het spoor van Amsterdamse restauratieprojecten. Een reeks artikelen over de restauratieprojecten Foeliedwarsstraat 40-52, Rapenburg 93 en Geldersekade 15 van Stadsherstel Amsterdam.

VOLGENDE KEER: RAPENBURG 93 - ARTISTIEKE BEWONERS EN EEN GEVONDEN GANG

VORIGE ARTIKELEN IN DEZE SERIE

Deel 1: In het spoor van restauratieprojecten Geldersekade en Foeliedwarsstraat
Deel 2: Starten met de restauratie
Deel 3: Foeliedwarsstraat: de bewoners
Deel 4: Geldersekade 15: smal en scheef
Deel 5: Geldersekade 15: een internationaal huis

MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR 


  
   

En donateurs van Stadsherstel.

Architect: Rappange & Partners Architecten BV
Bouwdirectie: Bureau Delfgou architectuur en monumenten
Constructeur: Duyts Bouwconstructies B.V.
Aannemer: Bouwbedrijf van den Engel b.v.