Skip to navigation | Ga naar menu

De laatst gebouwde stadspoort van Amsterdam

15 mei 2018

De Haarlemmerpoort is in feite de vijfde Amsterdamse poort richting Haarlem. De eerdere poorten maakten deel uit van de vestingwerken van de hoofdstad. Bij elke stadsuitbreiding schoof de stadspoort steeds een stukje op naar het westen, richting Haarlem. Deze vijfde poort is de laatst gebouwde stadspoort van Amsterdam die tevens als triomfpoort voor Koning Willem II is gebouwd.

In 1837 was de voorgangster van de huidige poort, de in 1618 naar ontwerp van Hendrick de Keyser voltooide Haarlemmerpoort, wegens bouwvalligheid afgebroken. Drie jaar later verrees, vlakbij de plek van de vorige, de huidige poort. 

De Willemspoort staat officieel op naam van architect Cornelis Alewijn (1788-1839), maar is hoogstwaarschijnlijk in de praktijk van de hand van B. de Greef, zijn assistent-architect en zoon van de in 1834 overleden stadsarchitect Jan de Greef.

De laatste stadspoort van Amsterdam

In de negentiende eeuw was de oude stadsomwalling overbodig geworden en werd ze beetje bij beetje ontmanteld. Ook de meeste stadspoorten werden gesloopt. In hun plaats kwamen doorgaans kleine wachthuisjes bij bruggen over de Singelgracht. De wachthuisjes dienden als kantoor waar de stedelijke accijns op onder andere boter, vis, vlees, wijn, bouwmaterialen, steenkool en turf werden betaald.
In plaats van de afgebroken Haarlemmerpoort kwam echter niet een wachthuisje, maar wederom een stadspoort. De reden voor weer een poortgebouw was dat het, behalve als accijnskantoor, ook een ceremoniële functie moest vervullen. De nieuwe poort stond aldus in de lange traditie van triomfale ingangspoorten die ter ere van vorstelijke gasten werden opgericht.
De poort werd geopend op 27 november 1840, toen koning Willem II, een dag vóór zijn inhuldiging, door deze poort de hoofdstad binnenreed. Vandaar de naam Willemspoort. Hiervan getuigt nog een inscriptie aan de binnenzijde.

Amsterdam en haar stadsmuur

Al rond 1300 had Amsterdam een beschermende aarden wal, gelegen achter de Nieuwendijk. Van die wal werden in 1994 sporen gevonden tijdens archeologische opgravingen. Amsterdam breidde zich steeds meer uit waardoor er nieuwe grachten met wallen en poorten aangelegd moesten worden. Namen als de Wallen, Oudezijds Voorburg- en Achterburgwal, het Singel en gebouwen als de Waag herinneren daar nog aan. Het waren allemaal aarden wallen totdat Maximiliaan van Oostenrijk in 1481 Amsterdam bezocht en besloot dat er een stenen muur moest komen. De werkzaamheden namen zo'n 20 jaar in beslag. De muur werd ondersteund door een aantal halfronde verdedigingstorens, waarvan de Schreierstoren aan het IJ de enige overgeblevene is.

17e-eeuwse grachtengordel met stadsmuur

De vier grote stadsuitbreidingen van Amsterdam, ook de Eerste, Tweede, Derde en Vierde Uitleg genoemd, vonden plaats tussen 1578 en 1665. In die periode groeide de havenstad Amsterdam van 30.000 tot 160.000 inwoners en werd het de belangrijkste handels- en industriestad van Europa. De Uitleg van Amsterdam was ook noodzakelijk vanuit militair perspectief vanwege de bedreiging door Spaanse veldheren en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van fortificatie.
Rond de nieuwe grachtengordel werd een stelsel van 26 bolwerken aangelegd langs de Singelgracht, allemaal behalve één werden voorzien van een particuliere molen. De gehele omwalling had bij voltooiing een lengte van zo'n acht kilometer, en telde naast de bolwerken ook acht stadspoorten waarvan de Haarlemmerpoort er dus één was. 


Kaart van Gerrit de Broen uit 1737 met de 17e-eeuwse Amsterdamse muur met 26 bolwerken

In de tweede helft van de 19e eeuw begon de stad buiten de 17e-eeuwse verdedigingsgordel te groeien. De stadsmuur werd niet onderhouden, deels gesloopt en rond 1878 werd besloten de muur in zijn geheel af te breken. Een aantal gebouwen waaronder de Haarlemmerpoort bleef gelukkig overeind.