Skip to navigation | Ga naar menu

Foeliedwarsstraat - De bewoners

9 mei 2017

Driehoog achter wonen in Amsterdam? Niet heel uitzonderlijk. Als je jong bent ben je al blij dat je ergens kúnt wonen. Maar driehoog achter met zijn zessen, achten of meer in één kamer wonen is wel heel wat anders. En helemaal geen uitzondering in het tweede deel van de 19e eeuw in de Jodenbuurt op de eilanden Vlooienburg, Uilenburg, Marken en Rapenburg. Erbarmelijke toestanden. Het splitsen van etages in voor-, achter- en tussenwoninkjes zonder enige voorzieningen leidt uiteindelijk tot de krotten die er rond 1900 staan.

Tekst Monique Hollenkamp

DE EERSTE BEWONERS

Het aantal eerste bewoners van eiland Rapenburg, waar Stadsherstels panden Foeliedwarsstraat 40-52 staan, is klein. Het eiland bestaat geheel uit scheepswerven. Atlas Splitgerber laat in 1613 een nog leeg eiland zien met daarop één huis getekend. In 1625 is er el aardig wat bebouwing. Dan tellen we alleen al in de Foeliedwarsstraat veertien panden. Aan de rijkere kant van het eiland-de kant van het water- wordt volop gebouwd aan schepen van de VOC. In 1661 is het hele eiland volledig bebouwd met woonhuizen. De scheepswerven hebben meer ruimte nodig en zijn alweer verhuisd, nog verder naar het oosten.

LEVENDIG WORDT ONLEEFBAAR

Zijn de bewoners van de panden in de Foeliedwarsstraat in de 19e eeuw overwegend Nederlands-Hervormd, Vijftien jaar voor de eeuwwisseling komt daar verandering in. Dan wordt het een joodse buurt. De andere eilanden -Vlooienburg, Uilenburg en Marken- vormen al hee lang samen een levendige Jodenbuurt met dito straatbeeld. Het aantal stedelingen stijgt explosief door de industrialisatie en migratie. Woningbouw blijft achter. Tegen het einde van de 19e eeuw is de joodse levendigheid overgeslagen naar Rapenburg, de noordoostelijke uithoek van de Jodenbuurt. Ook daar die bedrijvigheid en vrije ambachten. Handelaren in vodden, augurken, sigaren. Naaisters en diamantslijpers, sjouwers en werkvrouwen. Beroepen van de huurders. De eigenaren wonen doorgaans elders in de stad. Ze zien de huurinkomsten van hun driedubbel gesplitste etages vast als een aardig belegde boterham.

Het levendige straatleven staat in schril contrast met de bouwvallige toestand van de panden, straatjes en het leven dat zich achter de gevels afspeelt. Vocht, vlooien, gebrek aan ventilatie, licht, watervoorziening en riolering. En dat dus met zijn achten in één kamer vóór of achter. De bewoners van Rapenburg, Uilenburg en Marken behoren tot de allerarmsten van de stad. Wie kon is al eerder vertrokken naar andere buurten ten oosten van de Amstel. De rest blijft, noodgedwongen. Rond 1900 is levendigheid volstrekt onleefbaar geworden.

SANERING VAN DE BUURT

En dan is het genoeg geweest. Na bijna vijftig jaar wikken en wegen neemt de gemeente serieuze maatregelen. Een gemeentelijke inspectiedienst, in het leven geroepen in 1897, keurt woningen en verklaart ze ‘voldoende’, ‘met gebreken’ of ‘onbewoonbaar’. Dat laatste gebeurt –het laat zich raden– heel vaak. Ook op eiland Rapenburg in de Foeliedwarsstraat. Kampioen van de eenkamerwoningen in insteken, alkoven en souterrains, of verborgen aan het eind van een donkere gang. De korte Foeliedwarsstraat telt veertien doodlopende gangen. er vergelijking, het rijkere en dubbel zo lange gedeelte van het eiland– het Rapenburg met huizen aan het water– heeft er maar vier, waarvan er één grenst aan Stadsherstel pand Rapenburg 93. De onbewoonbaar verklaarde huizen worden gesloopt; veel bewoners verhuizen naar woningen in de- naar ontwerp van Berlage nieuwgebouwde- Transvaalbuurt. 

NIEUWE BEWONERS

Een halflege straat biedt kansen voor mensen met geld, die zelf een huis kunnen laten bouwen. Hartog Allegro, koopman in zuurwaren en verhuurder, woont op nummer 50-2 en koopt Foeliedwarsstraat 44, 46, 48 en 50 als die in 1909 onbewoonbaar worden verklaard. De nummers 44 en 50 zijn zichtbaar in het straatbeeld; 46 en 48 –de eenkamerwoninkjes– liggen erachter in de donkere gang tussen beide panden. Deze Nooteboomgang en de woninkjes hebben de sloop niet overleefd. Allegro bouwt een nieuw dubbel woonhuis no. 50-52, met op de ongedeelde benedenverdieping één grote werkruimte annex stalling en verhuur van karren. Erboven maakt hij wel een scheidingsmuur tussen de woningen in het linker- en rechterpand. Hartogs oudste zoon Abraham legt in 1910 op 4-jarige leeftijd de eerste steen van het nieuwe complex. Deze steen is bewaard gebleven. Het gezin bestaat uit Hartog en Naatje en hun drie zoons. Middelste zoon Maurits is na de oorlog de enige overlevende van het gezin. In de Foeliedwarsstraat wonen hij en zijn vrouw dan al niet meer.

HART EN ZIEL

Dit buurtje is in vijftig jaar tijd tweemaal op de schop gegaan. Straten zijn verdwenen, gehalveerd of verbreed naar snelwegformaat. Tussen 1910 en 1930 is de buurt op de vier eilanden volledig herbouwd in die typisch naoorlogse stijl. Maar tien jaar later, onder de Duitse bezetting raakt de Jodenbuurt ontvolkt en verkrot opnieuw. De ziel gaat eruit om nooit meer terug te komen. Weer twintig jaar later komt een oud plan uit de gemeentelade en moet de IJ-tunnel erdoorheen. Dan vertrekt het hart tegelijk met het sloopafval. Straks, na de oplevering van het Foelie/Rapenburg project, komen er weer mensen en met hen de bedrijvigheid. Woningen op driehoog achter? Misschien, maar dan niet in een kamer met zijn zessen of achten. Het karakter komt wel terug en dan is het wachten op de ziel.  

Dit was deel 3 van de tweewekelijkse reeks artikelen In het spoor van restauratiepanden, over Foeliedwarsstraat 40-52, Rapenburg 93 en Geldersekade 15.

VOLGENDE KEER: 
GELDERSEKADE 15 – EEN SMAL, SCHEEF RIJKSMONUMENTJE

Komende week kijk ik met projectleider Ruth van der Puijl binnen bij het smalste rijksmonument in het bezit van Stadsherstel, Geldersekade 15. Het pand is uitgepeld wat prachtig beeld oplevert. Het funderingsherstel is gestart en plannen voor de toekomst van het nu nog heel scheve pand zijn gemaakt. Daarover volgende keer meer.

MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR 


  
   

En donateurs van Stadsherstel.

Architect: Rappange & Partners Architecten BV
Bouwdirectie: Bureau Delfgou architectuur en monumenten
Constructeur: Duyts Bouwconstructies B.V.
Aannemer: Bouwbedrijf van den Engel b.v.