Skip to navigation | Ga naar menu

Op de steiger: Prinsenstraat 22

12 februari 2015

Als een steiger voor een van onze panden staat dan kunnen we onszelf niet bedwingen om de mooie details op neuslengte afstand te bekijken. De details zijn al prachtig op straatniveau maar van dichtbij is vaak pas te zien hoe bijzonder de onderdelen zijn afgewerkt. Bovendien is het uitzicht vanaf de steiger over de stad adembenemend. Geniet mee van Prinsenstraat 22.

Over het pand
Prinsenstraat 22 is samen met het buurpand nummer 20 in 1970 aangekocht. Het waren toen gaten in de gevelwand, er resteerde alleen nog een onderstuk. Nummer 22 is een pand met een gevel onder een gesneden verhoogde lijst (XVIIIb).
Deze straat is overigens vernoemd naar de ‘prinselijke titel’ van de prinsen van Oranje en is inmiddels een authentieke winkelstraat. De erven van deze locaties werden tussen 1615 en 1617 uitgegeven. Aan de achterzijde grenzen deze panden aan de binnenplaats van het latere Zon’s Hofje. Het Zon’s hofje, gelegen aan de Prinsengracht 159-171  werd in 1765 in gebruik genomen door doopsgezinde vrouwen van vijftig jaar en ouder. Het gold indertijd als een modern en goed geoutilleerd tehuis. De sanitaire voorzieningen en andere faciliteiten werden geprezen. Op de zolder had iedere bewoonster de beschikking over een turfhok en een droogruimte voor de was. In de tuin was een muur die de tuin van de Prinsenstaat afscheidde.

Historie en bewoners Prinsenstraat 22
Op de locatie van nummer 22 is bewoning bekend vanaf 1615 door Jacob Symenszn, een zeepzieder. In 1721 verkoopt Balthasar Huijdekoper, zoon van een schepen van Amsterdam het pand op nummer 22 aan Hendrik Wegge. Bij die overdracht wordt nog gesproken over een huis en erf voor 5500 gulden, maar bij de verkoop in 1732 aan Bartholomeus van Lommen, meester koekenbakker, is er inmiddels een achterhuis bijgebouwd en wordt voor het geheel voor 11.000 gulden betaald. Hoewel een ruime inflatie was in die 11 jaar (5.500 gulden in 1721 staat gelijk aan 6.335 gulden in 1732) is er ook door Hendrik Wegge geïnvesteerd en verdiend aan het pand.

In 1797 wordt de koekenbakkerij ‘met de vaste gereedschappen’ gekocht door zilversmid Coenraad Mouritz voor 5080 gulden. Bijna 300 jaar is er in dit pand brood en koek gebakken, want in 1925 wordt nog geschreven over een hier gevestigde bakkerij.

In 1938 wordt een aanvraag ingediend bij de Bouw- en Woningdienst voor een premie voor verbetering van arbeiderswoningen. Deze wordt echter afgewezen omdat de Woningdienst meent dat algehele herbouw nodig is. Een tweede aanvraag tot verbouw uit 1939 wordt in 1941 wegens tijdsomstandigheden afgewezen. De wijkende voorgevel wordt verankerd.
Tussen 1961 en 1966 zijn er diverse aanschrijvingen van Bouw- en Woningtoezicht wegens bouwvalligheid. Later wordt tot gedeeltelijke sloop gelast. Het pand staat dan op de Monumentenlijst.

Restauratie
In 1971 kon met de wederopbouw worden begonnen. De restauratie van deze beide percelen leverde geen grote problemen op. Waar eerst alleen nog een gat in de gevelwand was en waar alleen nog een onderstuk resteerde, is het gelukt om twee huizen met een prachtige voorgevelpartij te maken. Achter nr 22 werd een laag achterhuis gebouwd wat een goede afsluiting van de restauratie was. Doordat de hoge scheidingsmuur met het Zon’s hofje werd vervangen door een laag hek, leek alles een stuk ruimer. De achterplaats van deze huizen vormt als het ware een onderdeel van de tuin van dit Hofje, wat een aantrekkelijk uitzicht betekent.

Categorie: Algemeen nieuws