Skip to navigation | Ga naar menu
Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Waarom werd Stadsherstel opgericht? (1)

3 februari 2016

Hoe is Stadsherstel ontstaan en welke initiatiefnemers speelden een rol bij de oprichting? Vragen waarop zestig jaar na de oprichting niet iedereen een antwoord kan geven. Lees in dit artikel meer over de bouwkundige en erbarmelijke staat van Amsterdam ten tijde van de oprichting in 1956. Het is nauwelijks meer voorstellen hoe de stad er zestig jaar geleden uitzag.

Vervallen en verkrot, dat was Amsterdam in de jaren zestig. De term ‘Derde Wereldstad’ is wel eens gebruikt om het verval te be­schrijven. Verkrotte huizen die veelal in de stutten stonden, afgebroken panden en bouwvallen bepaalden het stadsbeeld. 

Bouwkundig verval
De bouwkundige achteruitgang van Amsterdam begon eind 18de eeuw. Tijdens deze periode had Nederland last van armoede wat zich uitte in leegstand en verwaarlozing van gebouwen. Eind 19de eeuw zorgde de industriële revolutie voor rijkdom maar ook weer voor verval. In dit geval niet veroorzaakt door leegstand maar juist doordat meer mensen van het platteland naar de stad trokken. Hierdoor vormde zich een arme bevolkingsgroep (de arbeidersklasse) die woonde in gesplitste woningen en volgebouwde binnenterreinen. Volkswij­ken als de Jordaan, de Jodenbuurt en de Westelijke en Oostelijke Eilanden verpauperden en vervuilden. Nieuwe volksbuurten ontstonden buiten de oude stad. Bovendien verlieten de nieuwe rijken de stank en het vuil van de overvolle stad en vestigden zich in de randgemeenten. Hun plaats aan de grachten werd ingenomen door kantoren. 

Krotopruiming
In het begin van de 20ste eeuw richtte de overheid zich op het bouwen van uitbreidingswijken om de arbeidersklasse op te vangen. Voor de binnenstad werd cityvorming bedacht: het centrum zou voor een groot deel worden bestemd voor kantoorfuncties en industrie. In 1930 verscheen het Algemeen plan voor sanering en krotopruiming in de hele stad. Woningen in de Jordaan, de Jodenbuurt, de Westelijke en Oostelijke Eilanden moesten worden vervangen. Een jaar later kwam de Nota Stadsontwikkeling en Verkeer waarin werd gepleit voor grote verkeersdoor­braken om de binnenstad bereikbaar te houden. Maar de economische crisis in de jaren dertig die ook bij­droeg aan bouwkundig verval vertraagde de uitvoering van het plan. Daarnaast kwam in de Tweede Wereldoorlog de bouwproduc­tie vrijwel geheel stil te liggen. De binnenstad had nauwelijks oorlogsschade opgelopen, maar toch zorgde de Duitse bezetting voor nog meer vervallen panden. Tijdens de hongerwinter werd het houtwerk van de lege huizen van voormalig Joodse bewoners gebruikt als brandstof voor de noodkachels van de Amsterdammers. De Duitsers hadden de verkoop van brandstoffen aan particulieren verboden. “Het leek wel of de buurt een zware bom­aanval had doorstaan: overal ruïnes en half ingestorte huizen”, zo schreef het Stedelijk Jaarverslag 1945 over de Jodenbuurt. 


Uilenburgerstraat sloop 1923

Wederopbouw
Na de bevrijding wilde het stads­bestuur de herinrichting van de stad hervatten. In 1949 werd begon­nen met de ophoging van de grond van het toekomstige stadsdeel Slotermeer. De binnenstad - behalve de zwaar gehavende Jodenbuurt - had voorals­nog geen prioriteit. In 1950 kwam er de Wederopbouwwet, die de gemeente grotere bevoegdheden gaf in de binnenstad in te grijpen. In februari 1953 werden vier wederopbouwplannen aangeno­men door de gemeenteraad: voor de Nieuwmarktbuurt, de Jodenbreestraat, de Weesperstraat en de Oostelijke Eilanden. De wederopbouw­plannen zouden zorgen voor grootschalige sloop in de binnenstad. Dit was het begin van protest voor het behoud van de historische Amsterdamse binnenstad. Er be­gonnen zich twee groepen te ontwikkelen. In hetzelfde jaar werd namelijk het Gemeentelijk Bureau Monu­mentenzorg een aparte afdeling, direct vallend onder de directeur van Publieke Werken opgericht. Ruud Meischke werd directeur van het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg en samen met Geurt Brinkgreve kwam hij in protest tegen de cityvorming. Geurt Brinkgreve en Ruud Meischke behoorden bij de groep Amsterdammers die de initiatiefnemers waren van Stadsherstel. 


Lange Houtstraat jaren 50

Protest
Ook het volk begon wakker te worden. In oktober 1954, verscheen het beruchte Plan Kaasjager. Hoofdcommissaris Hen­drik Kaasjager had dit plan gemaakt op verzoek van het gemeentebestuur. Hij stelde voor om een aantal grachten te dempen voor het groei­ende verkeer. Het idee was om het Singel, de Kloveniersburgwal en de Gelder­sekade dicht te gooien. De plannen van de hoofd­commissaris zorgden voor een schokeffect. Een deel van de Amsterdamse bevolking begon in te zien dat de verwaarloosde binnen­stad het herstellen waard was. Vanuit deze tegenbeweging is o.a. Stadsherstel ontstaan. Gelukkig werden de ideeën van Kaasjager nooit uitgewerkt en dankzij die tegenbeweging is onze mooie stad voor het overgrote deel bewaard gebleven. In de volgende digitale nieuwsbrief meer over de tegenbeweging van waaruit Stadsherstel werd opgericht. 

Bron: het boek Phoenix. Verdwijnend of herrijzend Amsterdam (Amsterdam 2004), een uitgave van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad.
Foto’s: Stadsarchief Amsterdam.

#MemoryMonday
Benieuwd hoe de stad er de vorige eeuw bij stond? Volg Stadsherstel op de sociale media voor #MemoryMonday. Elke maandag foto’s van ‘krotten’ en gerestaureerde parels. 

Lees ook de andere artikelen over de oprichting van Stadsherstel:
Oprichting Stadsherstel (2) De Amsterdamsche Kring
Oprichting Stadsherstel (3) Een maatschappelijk doel
Oprichting Stadsherstel (4) Begin jaren van de organisatie

Categorie: Algemeen nieuws