Skip to navigation | Ga naar menu

Oprichting Stadsherstel (3) een maatschappelijk doel

25 maart 2016

Hoe is Stadsherstel ontstaan en welke initiatiefnemers speelden hierbij een rol? Kom hier meer over te weten in dit artikel over Een Naamloze Vennootschap met een maatschappelijk doel. 

Benieuwd naar de vorige verhalen? Klik HIER voor deel 1, HIER voor deel 2 en HIER voor deel 4 en lees meer over de oprichting van Stadsherstel.

‘Memorandum ter voorbereiding van een Maatschappij Stadsherstel’
In de vergadering van het Comité De Stad Amsterdam van 6 juli 1955 werd een ‘Memorandum ter voorbereiding van een Maatschappij Stadsherstel’ gepresenteerd. Dit stuk werd geschreven door Geurt Brinkgreve. Hij werd hierbij geadviseerd door de directeur van het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg, ir R. Meischke. Het idee voor een maatschappij tot stadsherstel was geboren tijdens gesprekken van Brinkgreve en Meischke, die elkaar ontmoetten toen eerstgenoemde in 1953 naar het pas opgerichte Bureau Monumentenzorg toog om informatie te krijgen voor een artikel over het herstel van de oorlogsschade en de rol van monumentenzorg daarin. De beide heren kwamen te spreken over de toekomst van de Amsterdamse binnenstad. Brinkgreve, woonachtig in een 18e-eeuws arbeidershuisje op de Lijnbaansgracht, wist uit eigen ervaring en die van vrienden en kennissen dat wonen in het oude centrum voor veel mensen aantrekkelijk zou zijn. Meischke wist dat het heel goed mogelijk was om de oude huizen van modern wooncomfort te voorzien. De heren kwamen tot de conclusie dat monumentenzorg de zaak van een geheel andere kant zou moeten gaan bekijken. Zoals Brinkgreve het later omschreef:
“Niet meer het enkele interessante gebouw op zichzelf, maar het huis als onderdeel van een blok, van een buurt, ja, van de hele oude stad met haareigen structuur en verhoudingen. Dit betekende een ommezwaai van incidenteel huis-herstel naar stadsherstel als uiteindelijk doel.”


Huis Brinkgreve Lijnbaansgracht 


Dit stadsherstel moest op grote schaal aangepakt worden, wat, zo dachten Meischke en Brinkgreve, alleen mogelijk zou zijn met een voor dat doel gestichte nieuwe organisatie. Met de oprichting van het Comité De Stad Amsterdam was nu een platform geschapen waar de ideeën over zo een stadsherstellende organisatie naar voren gebracht konden worden. Reden voor Brinkgreve om in de pen te klimmen en zijn Memorandum te schrijven. In het stuk wijst hij erop dat de huidige volkswoningbouw in de stadsuitbreiding gebieden in een behoefte voorziet, maar dat niet iedereen in een gestandaardiseerd huis kan of wil wonen, vanwege beroepsuitoefening (kantoor-aan-huis, atelier) of leefsituatie (alleenstaanden, studenten). Bovendien bestaat er nog een behoefte aan het wonen in een sfeervolle omgeving, of zoals Brinkgreve het schrijft:
“Hierbij voegt zich de psychische behoefte van hen die gevoelig zijn voor de karakteristieke sfeer van het eigen milieu, voor de individualiteit van interieur en gevel, en voor de expressieve waarde van het stadsbeeld, welke behoefte in vele gevallen even sterk of sterker spreekt dan de eisen van comfort, technische voorzieningen en publieke recreatieruimte.”

Geurt Brinkgreve begin jaren 50 Foto: W.M. Zilver RupeDe oude, verwaarloosde stadskernen zouden in deze behoefte kunnen voorzien, maar:
“Het aanbod van goede huurwoningen in de oude stad is gering, doordat het huizenbezit daar uiterst versnipperd is en zich veelal in handen bevindt van onbekwame of ongeïnteresseerde eigenaars, die berusten in het gangbare sociale en bouwkundige verval en de hogere huur voor industrieel misbruik der panden prefereren boven de kosten ener voor behoud noodzakelijke herstelling.”

Dus, zo vervolgt hij:
“Op grond van de bovenstaande overwegingen (…) komt de wenselijkheid naar voren van een maatschappij, die op groter schaal dan tot dusver is geschied, de voorziening in de genoemde woonbehoefte door herstel, modernisering en exploitatie van oude huizen ter hand neemt.”

Hieruit komt duidelijk de doelstelling van de op te richten maatschappij naar voren. Anders dan de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich richt op unieke kunsthistorisch waardevolle huizen, zal Stadsherstel het grotere geheel in ogenschouw nemen. In Brinkgreves woorden:
“De wijze van restauratie en de keuze der aan te kopen panden zal dan ook van geheel andere beginselen moeten uitgaan dan bij de vereniging ‘Hendrick de Keyser’, n.l. bruikbaarmaking voor een moderne bestemming met behoud van de cultureel waardevolle elementen enerzijds en de mogelijkheden tot stedenbouwkundig herstel anderzijds.”

Herstel van de woonfunctie is voor de regeneratie van de binnenstad noodzakelijk, aldus Brinkgreve. Hier snijdt het mes aan twee kanten, want tegelijkertijd wordt hiermee de woningnood bestreden, hetgeen weer fiscale voordelen met zich meebrengt: “De Maatschappij zal werkzaam zijn in het belang van verbetering der volkshuisvesting en daarom toelating verzoeken op grond van art. 6, par. 2 van het Woningbesluit, zodat de Maatschappij kan profiteren van de fiscale voorrechten, welke ook woningbouwverenigingen genieten.”
                       
Het idee om de nieuw op te richten maatschappij een zogenoemde toegelaten instelling in dienst van de volkshuisvesting te maken was afkomstig van de eerder genoemde H. van Saane. Deze was oprichter en directeur van de Nederlandse Maatschappij voor Volkshuisvesting (Nemavo), een Naamloze Vennootschap op het gebied van de volkshuisvesting. In de genoemde vergadering van 6 juli 1955 werd besloten het Memorandum te doen vermenigvuldigen en aan de leden toe te sturen, zodat ze in de volgende vergadering erover zouden kunnen discussiëren. Het stuk werd in de vergadering van 18 augustus inderdaad besproken, maar de ontvangst was niet alom positief. Men was niet overtuigd van de economische haalbaarheid van het plan. Het was aan voorzitter Six van Hillegom - door Brinkgreve twintig jaar later beschreven als een “Amsterdamse regent van de oude stempel, autoritair, energiek, bruusk, en vervuld met een brandende liefde voor zijn stad” * - te danken dat de vergadering besloot tot het instellen van een commissie die de plannen - en vooral de economische basis ervan - verder moest uitwerken.
Six van Hillegom

Categorie: Algemeen nieuws