Skip to navigation | Ga naar menu

Panden niet altijd een goede belegging

28 februari 2019

Als wijnkoper Jan Braemszn. begin zeventiende eeuw overlijdt, laat hij zijn zoon en enige erfgenaam, Tijmen Jan Braemszn., zijn bezit na. Tijmen is dan zeventien en ontvangt een flinke erfenis. Te jong nog om daar zelf over te kunnen beschikken, koopt zijn voogd - in overleg met zijn ooms - van het ontvangen geld twee panden, waarvan één aan de Oudezijds Oostervoorburgwal 61 en de andere aan de Oudezijds Westerachterburgwal, aan de achterzijde grenzend aan het eerste pand. Een goede belegging is het niet voor iedereen zal later blijken.

Tekst Monique Hollenkamp


1920, Oudezijds Voorburgwal gezien richting Oude Kerk, Trenkler & Co., SAA

De erfenis

De twee huizen staan in 1607 op een stuk grond dat waarschijnlijk eind zestiende eeuw door de ‘Burgemeesteren en Thesauriers van Amsterdam’ is verkocht. De panden blijven geruime tijd in de wijnkopersfamilie. In 1637 vindt een scheiding van de boedel van Tijmen plaats en worden de twee panden verdeeld onder zeven neven en nichten, de kinderen van de twee ooms. Het huis en erf op de Oudezijds Oostervoorburgwal, naast ‘Jupiter’, wordt geschat op 7.000 gulden en dat op de Oudezijds Westerachterburgwal, naast ‘de Roos’, op 4660 gulden. Beide panden blijven in familiebezit tot 1675.


Oudezijds Voorburgwal 61 en Oudezijds Achterburgwal 48 daaraan grenzend, beide behorend tot het in 1607 aangekochte bezit, tekening Stadsherstel 1987

Winsten en verliezen

Na 1675 splitst het leven van beide familiehuizen zich en zoeken wij verder in de eigendomsakten en huurderskohieren (officiële documentn uit vroegere tijden) van ons pand op de Oudezijds (Ooster)Voorburgwal 61. Het wordt tegen rente uitgeleend aan een makelaar, Paulus van der Heijde, die er waarschijnlijk handel in ziet. De hoofdsom van de lening is 2.000 gulden met een losrente van 80 gulden, te betalen elk jaar op Allerheiligen. Waarom het pand voor zo weinig geld van de hand gaat is niet bekend. De eigenaresse, weduwe van één van de neven, ziet schijnbaar een noodzaak voor deze transactie. Na vijf jaar lost makelaar Van der Heijde zijn schuld in en verkoopt het pand met een flinke winst voor 11.000 gulden contant. In de eeuw die daarop volgt daalt de prijs bij elke verkoop, telkens met minimaal duizend gulden. In 1755 brengt het bij een openbare verkoop nog maar 5.000 gulden op.


1900 ca., Oudezijds Voorburgwal met rechts op no. 61 de manufacturen en agenturenhandel van Arthur Trompetter, SAA

Modeateliers op de Oudezijds

In het rijtje huizen waarin ook ons pand staat, vestigen zich eind negentiende eeuw en in de eerste helft van de twintigste eeuw ondernemers met afwisselend kleine en grotere bedrijven. De kleine vaak in de pakkelder in het souterrain met aparte ingang vanaf de straat. Er is veel bedrijvigheid en er zijn veel wisselingen. Ateliers voor confectie en de handel hebben een groot aandeel in het bedrijfsleven op dit stuk Wallen. Vaak zijn uitbaters van Joodse origine. Zo zit bij onze buren op nr. 59 de herenconfectiefabriek Brandspiegel, op nr. 63 confectiebedrijf De Kan. Even verderop vinden we de fabriek voor fournituren, hoeden en petten van Staller & Zn, een atelier voor ‘costumes’ en een voor kinderconfectie. De Smit & Leeuwin tailleurs en chemisseurs houden bedrijf aan de overkant op nr. 64. Naaisters, commissionairs, linnenverkopers, maar ook modewinkels huren woon- en werkruimte in het gebied tussen Wallen en Oude Doelenstraat.


1900 ca., Oude Doelenstraat, een zijstraat van de Oudezijds Voorburgwal Trenkler & Co., SAA

Bedrijvigheid op de Oudezijds

Ons pand op nr. 61 herbergt achtereenvolgens ‘de eerste Hollandsche poppenfabriek’ Hollandia (1908) en modeatelier Arthur Trompetter en Co. - Manufacturen en Agenturen. Trompetter neemt het bedrijf in 1915 over van Moncus Diamant agentuur en commissiehandel. Elf jaar daarna wordt het faillissement over ‘Abraham Trompetter (zich noemend Arthur)’ uitgesproken. Later zit er een japonnenatelier dat vacatures heeft voor 1e knipsters en 1e stiksters, een knoopsgatenmaakster en strijksters. In de dertiger jaren huist in de pakkelder een Rijwiel & Motorstalling die later wordt omgedoopt tot Rijwiel Stalling & Reparatie. Na verkoop in 1958 sluit de pakkelder als bedrijfsruimte.
Het bewaard gebleven interieur op de beletage lijkt ook te wijzen op een verleden van in het pand gevestigde modeateliers. Woorden als ‘showroom’ en ‘expeditie’ worden veel gebruikt in die tijd van handgemaakte kleding. Dat deze bedrijfstak op de Wallen en elders in de stad uiteindelijk verdwijnt, heeft vooral te maken met de opkomst van grootwinkelbedrijven in confectiekleding, kleding in serie gemaakt door machines in plaats van door handen.


1941, het huis geheel links is Oudezijds Voorburgwal 61, rechts de ingang van de Oudekennissteeg, SAA

Nieuwe koper, zelfde prijs

Terug naar het eigendom van Oudezijds Voorburgwal 61. Van een interessante prijsontwikkeling blijkt tweehonderd jaar na die openbare verkoop uit 1755, geen sprake te zijn geweest. In 1958 is er een geïnteresseerde partij die het pand voor een lange termijn in bezit krijgt. Het is de heer K.W. van Houten, directeur van beroep, die nr. 61 van een aannemer, een kantoorbediende en een chauffeur voor zegge en schrijve 11.000 gulden - niet contant - koopt om het toe te voegen aan het prille huizenbezit van de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel. Na bijna driehonderd jaar is de prijs terug op het niveau van de waarde van de erfenis die de voogd van de 17-jarige Tijmen Jan Braemszn. in de twee huizen op de Wallen stopte.

VOLGENDE KEER: BOUWGESCHIEDENIS 1700-1900
Dit is deel 4 van de reeks artikelen uit de serie In het Spoor van Amsterdamse Restauratieprojecten over restauratieproject Oudezijds Achterburgwal 61 van Stadsherstel Amsterdam.

VORIGE ARTIKELEN IN DEZE REEKS
Deel 1 - Een restauratie aan de Oudezijds
Deel 2 - Vierhonderd jaar zonder Amsterdamse fundering
Deel 3 – Bouwgeschiedenis 1600-1700