Skip to navigation | Ga naar menu

Tbc-huisje onder de loep: zorgvuldige speurtocht

2 juli 2018

Twee weken niets dan verf krabben, eindeloos speuren naar passend hout en met engelengeduld constructiedetails ontrafelen. De restauratie van het tbc-huisje bij de Margaretha's Hoeve in Nieuw-Vennep kent drie weken na de start nog volop geheimen. Restaurateur Paul Kemper: “Bij iedere vondst denk ik weer: Yes!!”

Op de keukentafel van zijn kantine ligt een hoopje krantenknipsels, een gebroken authentieke handgreep en glasscherven. Restaurateur Paul Kemper is zorgvuldig. “Het zijn dingen die ik uit moet zoeken. De krant is waarschijnlijk uit de tijd van een renovatie. Ze hebben er een laag verf op gesmeerd toen het hout door waterschade van binnen al op sterven na dood was. We missen de datum op de krant, iemand is die aan het achterhalen.” 
Samen met leerling Jasper van der Beek begon Kemper begin mei in zijn werkplaats aan de restauratie van een authentiek tbc-huisje bij de monumentale stolpboerderij Margaretha's Hoeve in Nieuw-Vennep. “Het was één en al toeval”, vertelt hij over de samenwerking met Stadsherstel. Hij zat in de trein terug van het Amsterdamse Hout- en Meubileringscollege, op zoek naar stagiairs voor zijn houtwerkplaats en bladerde door de plaatselijke krant. Zijn oog viel op een artikel over de Margaretha's Hoeve en het tbc-huisje dat moest worden opgeknapt als leerlingbouwplaats. “Qua grootte paste het precies bij mij. En ik geef kennis graag door, je bent nooit uitgeleerd.” Dus hij nam contact op.
Kemper kreeg de opdracht en is sinds begin mei samen met stagiair Jasper verf aan het wegbranden en bezig met ontrafelen van alle sporen op het grotendeels vergane hout. Alle losse onderdelen zijn zorgvuldig uitgestald in zijn werkplaats, gerangschikt op plaats in het huisje en bruikbaarheid. Hij had de met de zon meedraaiende tbc-huisjes al ooit bestudeerd, omdat er één voorkwam in de film 'De Tweeling' naar het boek van Tessa de Loo. “Eén van de hoofdpersonages verbleef een tijd in zo'n huisje toen ze ziek was. Dat sprak tot mijn verbeelding.”

Rand van multiplex, dus niet echt

Kemper leeft helemaal op als hij over het onderzoekende werkproces vertelt: “Geweldig!”
De foto van het originele huisje helpt hem om details te bestuderen: “Ik ga hem uitvergroten, zodat ik nóg preciezer kan kijken.” Naar de glasscherven op tafel bijvoorbeeld. “Dat is kathedraalglas dat aan de zijkant zat. Op de foto zie je dat er roedes op het glas aan de voorkant zaten en de glasstructuur verschilde. Dat kathedraalglas heeft ook voorop gezeten.”
Tijdens het schoonbranden komt er steeds meer boven tafel. De oorspronkelijke groene verf zit ergens onder een plankje, het blijkt dat niet de originele deuren aan de voorkant zitten “we vonden geen sporen van de roedes uit die tijd” en een frivool gezaagde rand bij het dak is van multiplex, dus ook later toegevoegd.
Leerling Jasper van der Beek vindt al dat schoonmaken “niet echt leuk”, vier weken duren op deze manier heel lang. “Maar ik leer van wat er uit voortkomt. En het is wel een speciale ervaring om iets uit die tijd te onderzoeken.” Jasper werkt graag met hout, omdat je er niet de hele dag voor achter de computer hoeft te zitten. “Ik wil iets met mijn handen doen.” Jasper volgt zijn opleiding aan het Hout- en Meubileringscollege. 

 

Liefde voor oude specialismen

Van oorsprong is Paul Kemper koetsier en wagenmaker. Hij verzamelde zijn vakkennis bij leermeesters, op ambachtsmarkten en op de werkvloer van het Archeon in Alphen aan den Rijn. Een half jaar geleden betrok hij zijn huidige werkplaats in Hillegom, waar hij naast een werkplaats ook de inventaris van de laatste Leidse stadswagenmakerij zal onderbrengen. “Ik ga het interieur uit 1913 in originele staat terugplaatsen. Een stichting zal het beheren.” Alles uit liefde voor de oude specialismen en technieken. Want: “Als niemand het bewaart en overdraagt, verdwijnt het.” 
Voor Kemper vormt het tbc-huisje naast een persoonlijke fascinatie ook een bijzondere inspiratie. Hij gaat zich in de toekomst richten op de bouw van woonwagens naar traditioneel Iers ontwerp.
“Daar sluit het formaat van het tbc-huisje heel mooi op aan. En de details die ik nu uitpluis, kan ik straks weer in de wagens verwerken.”

Over tbc en de huisjes
Vóór de Tweede Wereldoorlog was tuberculose (tbc) een van de meest voorkomende en slecht te behandelen ziekten. De enige remedie leek goed eten, frisse lucht en veel rust. Patiënten gingen voor genezing naar een kostbaar sanatorium. Minder rijke mensen verbleven vaak in een tbc-huisje op zuurstofrijk terrein. Het kwam veelvuldig voor dat patiënten maanden en zelfs jaren in een tbc-huisje lagen. Ook stonden tbc-huisjes in de tuin van de patiënt of bij familie. Ze konden bij een kruisvereniging of sanatorium geleend, gehuurd of gekocht worden.
Ons tbc-huisje krijgt straks een mooie functie als theehuisje voor de demente bewoners van de boerderij. Hij wordt ook weer draaiend gemaakt, zodat ze heerlijk in dit nostalgische huisje van de zon kunnen genieten.

LET OP: Openstelling tbc-huisje vindt niet plaats op donderdag 29 augustus 2019. Het is uitgesteld naar begin 2020 en valt samen met de openstelling van de daarnaast gelegen Margaretha's Hoeve. Meer informatie volgt bijtijds!

De restauratie van het tbc-huisje wordt mede mogelijk gemaakt door: