Skip to navigation | Ga naar menu

Twee Amsterdamse stoepjes gerestaureerd dankzij de Vrienden

14 oktober 2017

Aan de Egelantiersgracht op de nummers 46 en 48 bevinden zich twee typische Amsterdamse stoepen. Dankzij een bijdrage van de Vrienden van Stadsherstel konden beide worden gerestaureerd. De een in 1987 en de ander onlangs. 

In Amsterdam is de stoep een geplaveide en soms afgesloten strook grond vóór een huis waarin vaak trappetjes naar boven, naar beneden en soms een pothuis zijn opgenomen. Ons pand Egelantiersgracht 48 bezit een stoep met twee trappen en hekjes terwijl de stoep van nummer 46 het moet doen met alleen een vlakke stoep. Beide stoepen komen veelvuldig in het Amsterdamse straatbeeld voor.  

Over de restauratie

De stoep van de Egelantiersgracht 46 werd tijdens de restauratie van 1987 gerestaureerd. Die van Egelantiersgracht 48 was toen nog niet aan restauratie toe. maar met het verstrijken van de jaren sleet de stoep steeds meer uit wat gevaarlijke toestanden met zich meebracht. In de uithollingen van het natuursteen bleef water staan en bij opvriezen werd de stoep spekglad. Helemaal voor de bewoner op hoge leeftijd was de trap dan niet te nemen. Fijn dus dat de Vrienden ook de restauratie van deze stoep mogelijk maakten.

Deze restauratie werd uitgevoerd door Snoep en Vermeer, gespecialiseerd in de restauratie van stoepen. Besloten werd om de uitgesleten loopvlakken in rechthoekige delen uit te frezen en daar nieuw hardsteen in aan te brengen door verlijming. Na uitharding werd het natuursteen afgeslepen en werden de treden en de bordesplaat in model gebracht, inclusief Amsterdams profiel. Daarna werden de gehele loopvlakken van de stoep geslepen en gezoet. Zoeten is het laatste schuurproces. De steen wordt dan heel fijn geschuurd, waardoor een niet-glimmende, diepere en donkere kleur ontstaat. 

GESCHIEDENIS VAN DE AMSTERDAMSE STOEP

‘Iemand in de stoep verwachten’
Vroeger gaf de grootte van de stoep aanzien en eer aan. Dat is in onze tijd wel wat minder geworden, maar de stoep blijft één prachtig onderdeel aan een monument. Het begon met een plaatsje zonder treden. De strook grond voor het huis tot aan de rijweg vormde de stoep en toen de rijweg van stadsweg werd bestraat moest de stoep uit gele klinkertjes bestaan. Toen de huizen nog van hout waren werd hij vaak begrensd door een houten hek en toen de huizen versteenden kwamen er stenen balusters met een ijzeren ketting of ijzeren hekken. Door het hekje kreeg het plaatsje iets omslotens. Er kwam een bankje te staan, die de bewoners of bezoekers konden gebruiken. Ook werd deze plaats gebruikt om koopwaren te stallen. Er werd dan ook wel gesproken over ‘iemand in de stoep verwachten’ of ‘zijn waren te koope te stellen in stoepen’. 

De bordestrap en souterrainingang
De gewone huizen kenden nog geen stoepen met treden, die vond men alleen aan de openbare gebouwen. Toen de hoofdstad in 1663 uit zijn jasje groeide en moest worden uitgelegd, bepaalde men dat de stoepbreedte maximaal 2 meter mocht zijn. Later werd dat circa 85 cm en voor grachtenpanden maximaal 115 cm. Die regels waren nodig want in die dagen werd namelijk begonnen met het aanbrengen van een kelder onder het hele huis als opslagruimte, dienstingang of kelderwoning. Daarbij werd ook bepaald dat de grondvloer niet hoger mocht liggen dan 1,7 meter. De vloer van de hoofdverdieping kwam daardoor ca. zeven tot negen treden boven de straat te liggen. De trap van Egelantiersgracht 48 loopt zoals de meeste Amsterdamse bordestrappen evenwijdig aan de gevel met een bordes voor de deur. Zodoende kan de bezoeker rustig op- en afstappen zonder meteen in het verkeer terecht te komen. De eenvoudigste treden hebben een blokvorm of meestal een profiel zoals onze trap een Amsterdams profiel heeft.

Er kwam een aparte souterraintoegangsdeur onder of naast het bordes en het souterrain kreeg een eigen venster. In de stoep was een trapje nodig om de kelder te bereiken. Een hekje om het keldergat diende ter bescherming van de voorbijgangers. Tussen het keldergat en de onderste trede van de stoep, legde men doorgaans nog een plaat blauwe hardsteen, zodat de hele oppervlakte van de stoep was bedekt. En zo veranderde het oude klinkerstraatje in een echte stoep.

De stoep als architectonisch element
Net zoals de gevels volgden de stoepen ook de verschillende bouwstijlen die gangbaar waren. Ze werden een architectonisch onderdeel van de huizen. Ze gingen door hun bouw en hoogte veel meer in het stadsbeeld en vóór de gevelwand spreken, dan de bescheiden platte stoepen ooit gedaan hadden. Belangrijk daarbij was ook de vormgeving van de hekwerken. In de 19e eeuw verdwenen veel bordestrappen, omdat de toegang naar beneden werd verlegd. 


Egelantiersgracht 48 is het hoge pand met lijstgevel; nummer 46 ligt rechts daarvan
Bronnen
Theo Rouwhorst, Aflevering 20 stoepen van Oog voor detail, Vrienden van Amsterdamse Binnenstad 
J.H. Kruizinga, Ornamenten II van huis en hof
A. Boeken, Amsterdamse stoepen
H. Janse, Amsterdam gebouwd op palen