Skip to navigation | Ga naar menu

Wat Rembrandt en Hendrick de Keyser gemeen hebben met de Amsterdamse Christ Church

17 december 2018

Niemand minder dan Rembrandt schilderde op de plek zijn wereldberoemde Staalmeesters, Stadsbouwmeester Hendrick de Keyser had precies daar zijn atelier; de grond van de Christ Church op Groenburgwal 42 mogen we met recht legendarisch noemen. Wij zijn trots dat we als nieuwe eigenaar de kerk mogen begeleiden naar de toekomst.

Stadsherstel neemt al jaren succesvol noodlijdende kerkgebouwen onder haar hoede. We organiseren er verhuur voor bijzondere gelegenheden en stellen een mooie culturele programmering samen. Echter: ook kerken waar nog gekerkt wordt, nemen wij over.
Dat is het geval bij de opvallende Christ Church aan de Groenburgwal 42. Achter één van Nederlands eerste neogotische gevels in Nederland (1827), staat een pand dat door de eeuwen heen memorabele transformaties onderging. Stadsbouwmeester Hendrick de Keyser (1565-1621) werkte en woonde precies hier. De Westerkerk, Het West-Indisch Huis en het Huis met de hoofden; allemaal zijn ze op de grond van Groenburgwal 42 getekend. De locatie was handig voor hem als bouwer, want om de hoek bij de Staalstraat/Groenburgwal stond de stadssteenhouwerij.
Twee jaar na zijn dood ging het gebied op de schop. Verschillende gebouwen moesten tegen de vlakte en maakten plaats voor de Staalhof; een verzamelnaam voor het gebouwencomplex dat het centrum zou worden van de lakenindustrie. Het complex bevatte de Saaihal aan de Staalstraat, de Zijdehal op de hoek van de Groenburgwal en de Lakenhal achter de woning van De Keyser.

Vergaderruimte voor de staalmeesters

Voordat de Lakenhal in 1827-’29 drastisch werd verbouwd door de Anglicaanse kerk, was het de vergaderruimte voor de staalmeesters. Deze staalmeesters keurden de kwaliteit van de lakens. Rembrandt van Rijn legde deze ‘waardijns’ van het lakengilde, in 1662 vast op doek in zijn wereldberoemde schilderij De Staalmeesters. Dat doek bleef tot 1771 in het gebouw hangen, voordat het via onder meer het Stadhuis op de Dam bij het Rijksmuseum terecht kwam.

Verbouwing tot kerk 

Zodra in 1827 duidelijk werd dat de Anglicaanse kerk haar intrek kon nemen in de Lakenhal, besloot de kerkgemeente tot een uitgebreide metamorfose. Twee woningen verdwenen, waaronder het toen nog bestaande oude huis van Hendrick de Keyser. Ze wilde een grote kerkzaal, dus braken ze de zolder uit de Lakenhal en trokken de vergaderzaal van de staalmeesters erbij.
Het interieur van de kerk is eenvoudig en heel intiem. In tegenstelling tot de op de Dom van Dublin geïnspireerde neogotische gevel, koos kapelaan James Chambers bij een restauratie in 1895 voor het classicisme. De kerk is rijkelijk voorzien van betimmeringen en lambrizeringen van eikenhout. Boven het met fraai beeldhouwwerk versierde altaar staat het Engelse wapen, geflankeerd door de leeuw en de eenhoorn.

Heil voor Britse zeemannen

Opmerkelijk zijn verder het orgel en de gebrandschilderde ramen. Het orgel is een rijksmonument uit 1829. De vier ramen uit 1929 verbeelden het heersen van Willem III Van Oranje en Mary Stuart (1688-1694), de vriendschap tussen Amerika en Nederland, regimentswapens van legereenheden die Willem III dienden en de religieuze band tussen Londen en Amsterdam.
In de eerste decennia bood de kerk vooral heil aan Britse zeemannen, tegenwoordig richt de gemeenschap zich op ‘alle Engelssprekenden’.

De Anglicaanse kerk

De Episcopale of Anglicaanse kerk ontstond als gematigd katholieke geloofsgemeenschap in 1534, toen de Britten zich door een samenloop van omstandigheden afscheidden van Rome. Toenmalig regerend vorst Hendrik VIII wilde van zijn vrouw scheiden en hertrouwen. Daar stemde bisschop Thomas Cranmer, de aartsbisschop van Canterbury, mee in. Dat hij vervolgens door de Paus werd geëxcommuniceerd, kwam Hendrik goed uit. Hij wilde als staatshoofd ook de macht over de kerk naar zich toetrekken.
Zo groeide een zelfstandige stroming die soepel omgaat met het huwelijk, het celibaat afschafte en sinds de 20e eeuw ook vrouwen opleidt tot priester en bisschop. Wel handhaafden ze de hiërarchische structuur. Het Engelse koningshuis staat nog steeds aan het hoofd en de aartsbisschop van Canterbury komt daarna. De Anglicaanse kerk kent wereldwijd 85 miljoen volgelingen.