Skip to navigation | Ga naar menu

Zo gaan de wieken: aankoop drie stadsmolens van weleer

18 december 2018

Daar bij die molen, díe mooie molen... Stadsherstel is in één klap drie oud-Hollandse iconen rijker. We kopen molen De Gooyer, De Bloem en 1200 Roe van de gemeente. De Amsterdamse molens houden allemaal verband met bescherming van de stad. Hoe? Dat vertellen we hier.

Nederland is bij uitstek een molenland, nergens ter wereld is de techniek van het instrument zo veelzijdig uitgedacht als hier. Al jaren hoort de molenaarstraditie bij het immaterieel cultureel erfgoed. Als restauratieorganisatie zijn we heel blij dat we onze ambachtelijke kennis mogen uitleven op drie eeuwenoude prachtmolens op Amsterdamse grond.

De Gooyer

De meest opvallende van de drie is molen De Gooyer aan de Funenkade 5. Hij torent als ‘hoogste houten molen van Nederland’ boven zijn omgeving uit. Veel mensen kennen hem dankzij zijn buurman, de populaire Bierbrouwerij ’t IJ. Net als De Bloem is het een stellingmolen, die werd ingezet om koren te malen.

Stellingmolens zijn hoge windmolens, die meestal in een bebouwd gebied stonden en hoog moesten zijn om genoeg wind te vangen; ‘de vrije windvang’. De stelling loopt rondom de molen, zodat er zeilen aan de wieken bevestigd kunnen worden en de molenaar de molen kan ‘kruien’, oftewel de wieken naar de wind draaien. Vanwege zijn grote hoogte heeft zo’n molen onderin ruimte voor een (paard en) wagen om naar binnen te rijden.

De Gooyer staat sinds 1759 op zijn huidige plek. In 1572 werd hij met een reeks andere gebouwen net buiten de stad vernield en twintig jaar later opnieuw opgebouwd en verkocht aan de gebroeders Willemszoon uit Gooiland. De naam stamt uit die tijd.  

Molens op de stadsmuur

Zowel molen De Gooyer als De Bloem stonden ooit op een bolwerk van de 17e eeuwse stadsmuur. De hoge muur die Amsterdam beschermde had 26 bolwerken. Bolwerken waren uitbouwen waar naast kanonnen windmolens op stonden. Molens van hout, zodat ze makkelijk konden worden afgebroken in tijden van oorlog. Molen De Bloem dankt zijn naam aan zijn tijd op bolwerk De Blom, ter hoogte van Marnixstraat 287, waar hij in 1768 naar verplaats werd.

De molenaarsfamilie Schuurman

Korenmolens De Gooyer en De Bloem maalden tot in de jaren vijftig. Daarna werd de concurrentie met het veel goedkopere witte tarwebloem te groot. Zowel De Gooyer als De Bloem werden in het grootste gedeelte van de 20e eeuw gehuurd door de molenaarsfamilie Schuurman, de Gooyer zelfs nog steeds. In ons papieren magazine van december ‘Allemaal Erfgoed’ vertelt piloot en bewoner-molenaar Evert Schuurman meer.

Op last van de gemeente verhuisde De Bloem bij de aanleg van de Marnixstraat in 1877 naar Sloten, oftewel Haarlemmerweg 465. In 1921 werd Sloten bij Amsterdam gevoegd en stond De Bloem weer in Amsterdam, in 1927 kocht de gemeente hem aan. Het is een zeer ruime molen met twee aangebouwde woningen. In de volksmond wordt hij ook wel ‘de eerste molen’ of ‘de 400 Roe’ genoemd; de tweede molen is de 1200 Roe. Deze ‘Roe’s’ staan voor respectievelijk 1,5 en 4,5 kilometer tot de Haarlemmerpoort.

Karakteristieke uitstraling

Poldermolen 1200 Roe aan de Haarlemmerweg 701 werkte vanaf ongeveer 1632 aan de bemaling van de ‘Osdorper Binnenpolder op Rijnlands boezem’. Als gevolg van de bouw van de Westelijke Tuinsteden veranderde de waterstaatkundige situatie daar totaal. Na dempen van de toevoersloot in 1954 raakte de 1200 Roe te midden van alle nieuwsbouw in verval. 

De 1200 Roe is een 8-kante binnenkruier, een type dat alleen in Noord-Holland staat en opvalt omdat hij geen staart heeft. De molenaar moet de wieken van de molen boven in de kap naar de wind draaien (kruien). Grote meren zijn door dit soort molens drooggemalen, wij hebben er nog één in Ouderkerk aan de Amstel: De Zwaan.
Deze molens zijn ook ‘grondzeiler’; ze hebben geen stelling. Ze staan vaak in het vrije veld en vangen daardoor voldoende wind. Omdat de wieken tot dicht bij de grond komen, bedient de molenaar ze vanaf de begane grond. 

Al zeven molens in eigendom

Stadsherstel is naast bovengenoemde molens ook eigenaar van molen ‘Slokop’ in Spaarnwoude- en de molenstompen de Akermolen in Osdorp en de Vensemermolen in Diemen.